Om in aanmerking te komen voor de minimaregelingen genoemd in artikel 20 en 23 moet de belanghebbende een minimuminkomen (inkomen tot 130% geldende bijstandsnorm) en een bescheiden vermogen hebben.
Om in aanmerking te komen voor de minimaregelingen genoemd in artikel 21 en 22 moet de belanghebbende (in afwijking van het vorige lid) een inkomen tot 150% van de
geldende bijstandsnormen en een bescheiden vermogen hebben.
Het inkomen en vermogen wordt op nihil gesteld ten tijde van een WSNP of een schuldentraject conform de Wgs
Artikel 18