De definities van de in de APV opgenomen begrippen worden overgenomen.
In de APV zijn diverse artikelen opgenomen die betrekking hebben op openbare inrichtingen. Een horecabedrijf, zowel commercieel als paracommercieel, is een openbare inrichting. Op deze bedrijven zijn de volgende artikelen uit de APV van toepassing:
Artikel 2:27 begripsbepalingen: in dit artikel is opgenomen wat onder een openbare inrichting wordt verstaan.
Artikel 2:28 exploiteren openbare inrichting: het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. In een aantal gevallen is geen vergunning vereist. De burgemeester kan aan door hem aangewezen categorieën van openbare inrichtingen ambtshalve vrijstelling verlenen van de vergunningplicht. Van deze mogelijkheid maakt de burgemeester gebruik. Zie hiervoor paragraaf/artikel 4.2.1.
Artikel 2:29 sluitingstijd: in dit artikel zijn voor de verschillende soorten openbare inrichtingen de sluitingstijden opgenomen. Op is genomen wanneer de inrichtingen gesloten moeten zijn. Wanneer de inrichtingen open mogen zijn is dus de niet genoemde periode. Van de sluitingstijd kan de burgemeester op aanvraag ontheffing verlenen. Wanneer of in welke gevallen de burgemeester de ontheffing zal verlenen is omschreven in artikel 5.6.2.
Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting: de burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor één of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. De in artikel 2:29 genoemde tijden zijn dan niet van toepassing.
Artikel 2:31 Verboden gedragingen: het is verboden in een openbare inrichting de orde te verstoren, zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten moet zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, of op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras.
Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen: de horecaondernemer mag niet toestaan dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt.
Artikel 2:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen: in dit artikel is opgenomen wanneer en binnen welke tijden een paracommercieel horecabedrijf alcoholhoudende drank mag verkopen. Een paracommercieel horecabedrijf mag geen gebruiksmogelijkheden aanbieden voor bijeenkomsten van persoonlijke of commerciële aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de paracommerciële rechtspersoon zijn betrokken. Uitzondering hierop wordt gemaakt voor gemeenschapshuizen/multifunctionele accommodaties, mits het met instemming van de plaatselijke horeca geschiedt en/of als er via de plaatselijke horeca geen passend alternatief onderkomen voorhanden is. Om oneerlijke (gesubsidieerde) concurrentie met de plaatselijke horeca te voorkomen worden door gemeenschapshuizen/multifunctionele accommodaties, bij het organiseren van bijeenkomsten van persoonlijke of commerciële aard of bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de paracommerciële rechtspersoon zijn betrokken, consumptieprijzen gehanteerd die gelijk zijn aan het niveau van de plaatselijke horeca.
2:34f Verbod happy hours: ter bescherming van de volksgezondheid en in het belang van de openbare orde is het verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende dranken te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die in de desbetreffende horecalokaliteit op of het desbetreffende terras gewoonlijk wordt gevraagd.
Hoofdstuk 2 - afdeling 6 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf: wanneer bedrijfsmatig nachtverblijf wordt geboden of wanneer gelegenheid tot kamperen wordt gegeven moet een bezoeker de ondernemer verplicht de in de APV genoemde informatie verstrekken.
Hoofdstuk 2 - afdeling 7 Toezicht op speelgelegenheden: in de APV is opgenomen dat in hoogdrempelige inrichtingen maximaal 2 kansspelautomaten geplaatst mogen worden. In laagdrempelige inrichtingen zijn geen kansspelautomaten toegestaan. Wanneer sprake is van een hoog- of laagdrempelige inrichting is opgenomen in de Beleidsregel speelautomaten Eersel 2018.