Aan de mandatering worden de volgende voorwaarden gebonden:
Het mandaat is beperkt tot routinematige, dan wel eenvoudige zaken en handelingen; daaruit volgt dat het mandaat niet geldt indien:
het gaat om onderwerpen ten aanzien waarvan nog geen beleid door de mandaatgever is vastgesteld, dan wel waarbij in de uitvoering nog geen bestendig beleid is ontstaan;
de afdoening van een zaak zou leiden tot strijdigheid met, c.q. afwijking van beleid, richtlijnen, algemene of bijzondere aanwijzingen van de mandaatgever, wettelijke of interne voorschriften, dan wel tot overschrijding van het budget.
In incidentele gevallen kan door de mandaatgever worden bepaald dat van het mandaat geen gebruik kan worden gemaakt. Tenzij door de mandaatgever uitdrukkelijk anders aangegeven, geldt het mandaat niet voor afhandelings- en ondertekeningsbevoegdheid ten aanzien van specifieke verzoeken van en correspondentie met bestuursorganen.
Bij een bevoegdheid waarbij meerdere Teamleiders bevoegd zijn vindt afstemming en/of overleg plaats alvorens van de bevoegdheid gebruik wordt gemaakt.
Er wordt een vervanger aangewezen voor de situaties dat een Teamleider afwezig of ziek is.
Van bovengenoemde mandaten kan verder ondermandaat worden verleend aan medewerkers van het (de) betreffende Team(s).