De subsidie wordt verleend aan eigenaar-bewoners met criteria beschreven in Artikel 3, onder de volgende voorwaarden;
De woning van de eigenaar-bewoner moet een aangetoond slecht geïsoleerde woning zijn. Dit kan aangetoond worden op twee manieren:
Het tonen van een gecertificeerd energielabel D, E, F, G van de woning, of;
Aanvrager verklaart dat ten minste twee van de volgende bestaande bouwdelen niet of slecht geïsoleerd zijn, via de onderstaande criteria:
Dak Hellend / plat dak:
Geen, slechte en matige dakisolatie (minder dan 9cm isolatiemateriaal aanwezig / Rc ≤ 2,0)
Zolder-/vlieringvloerisolatie: Als er geen zolder-/vlieringvloerisolatie aanwezig is, als alternatief voor dakisolatie. Alleen toe te passen bij een onverwarmde zolder en gesloten vlieringluik of gesloten toegangsdeur. (Rc ≤ 2,0)
Gevel: Geen spouwmuurisolatie, voorzetwand of buitengevelisolatie aanwezig (Rc ≤ 1,1)
Vloer-/bodemisolatie: Geen of slechte vloer- en bodemisolatie aanwezig, aanpakken bij matige vloerisolatie niet perse noodzakelijk (minder dan 5 cm isolatiemateriaal aanwezig, Rc ≤ 1,3)
Ramen (Glas): Enkel glas, oud dubbelglas en HR glas (Ug waarde ≥ 1,6).
Een warmte-terugwin-installatie WTW wordt alleen gesubsidieerd als er ook een isolerende maatregel is geplaatst. (voor voorwaarden WTW zie 8.1)
Deze subsidie kan éénmaal worden aangevraagd per woning.
De aanvrager kan subsidie aanvragen voor isolatiemaatregelen die gefactureerd zijn op of na 1 januari 2023.
Wanneer de aanvrager op grond van een andere (subsidie)regeling subsidie heeft ontvangen voor dezelfde energiebesparende maatregelen dan verklaart de aanvrager dat in het aanvraagformulier en deelt het bedrag van de verlening van eerdere subsidie. Subsidievergoeding is dan alleen mogelijk voor het deel van de kosten dat niet vergoed wordt door die andere subsidieregelingenverordeningen.
De eigenaar-bewoner kan kiezen voor het uitvoeren van een doe-het-zelf maatregel. Bij een doe-het-zelf maatregel komen de eigen werkuren niet voor vergoeding in aanmerking;