Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf I

Artikel 1

Artikel 1

Onderdeel van Treasurystatuut 2024

In dit statuut wordt verstaan onder: - BNG Bank Nederlandse Gemeenten. - Deposito Niet-verhandelbare belegging bij een bank, waarbij een bedrag voor een vaste periode tegen een vast rentepercentage wordt weggezet. - Duurzaam bankieren Bankieren waarbij expliciet aandacht wordt besteed aan de duurzame ontwikkeling van het gemeentelijk werkveld. Duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie, zonder de behoeften van toekomstige generaties, zowel hier als in andere delen van de wereld, in gevaar te brengen (VN-commissie Brundtland, 1987). People planet profit (ook wel: de drie P's) is een term uit de duurzame ontwikkeling. Het staat voor de drie elementen people (mensen), planet (planeet/milieu) en profit (opbrengst/winst, markt), die op harmonieuze wijze gecombineerd zouden moeten worden - Financiële derivaten Financiële instrumenten in de vorm van contracten waarin de voorwaarden zijn vastgelegd waartegen een transactie op een bepaald moment zal of kan plaatsvinden en waarvan de waardeafhankelijk is van één of meer onderliggende activa, referentieprijzen of indices. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren - Financiering Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar plus één dag. Deze middelen bestaan uit vreemd vermogen . Korte financiering is het aantrekken van middelen voor een periode tot een jaar - Garantstellingen Bij garantstellingen staat de gemeente als achtervanger garant voor de aanvrager jegens de geldverstrekker. Als de aanvrager waarvoor de gemeente garant staat niet meer kan voldoen aan zijn financiële verplichtingen, dan dient de gemeente als garantsteller de verplichtingen (i.c. betaling van de contractuele rente- en aflossingsverplichtingen) aan de geldverstrekker te voldoen. - Geldstromenbeheer Al die activiteiten die nodig zijn om liquide middelen te transfereren zowel binnen de organisatie als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer). - Liquiditeitsrisico Het risico van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële uitkomsten kunnen afwijken van de verwachtingen. - Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet heeft als doel een grens te stellen aan korte financiering. Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet houdt in dat het tekort aan vlottende middelen niet meer mag zijn dan een wettelijk vastgesteld percentage van het totaal van de lasten van de begroting per 1 januari. Bij overschrijding van de kasgeldlimiet dient de gemeente maatregelen te nemen. In de meeste gevallen komt dit neer op het aangaan van langlopende geldleningen. Zie voor het vigerende percentage de wet Fido. Door het gebruik van de liquiditeitenplanning wordt de kasgeldlimiet gemonitord. - Klantbeheerder Geautoriseerde interne medewerker van de gemeente voor klantbeheer banken . - Koersrisico Het risico dat de financiële activa van de gemeente in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. - Kredietinstelling Instelling welke tot primair doel heeft het verlenen van kredieten. - Kredietrisico Het risico op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet, niet volledig of niet tijdig na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie (faillissement, surseance van betaling of schuldsanering). - Liquiditeitenbeheer Het financieren en/of uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar. - Liquiditeitenplanning Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld per tijdseenheid. - Rating De inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier. - Rentecompensatiecircuit Systeem waarbij de (valutaire) debet en creditsaldi van alle rekeningen van de gemeente worden samengevoegd tot één gecombineerd saldo, waarover de rente wordt berekend. - Renterisico Het risico van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen. - Renterisiconorm Een bij de aanvang van enig jaar op basis van de Wet Fido gefixeerd percentage van het totaal van de lasten van de gemeente dat bij realisatie niet overschreden mag worden . De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. De jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen mogen niet meer bedragen dan een bepaald percentage van het begrotingstotaal. Zie voor het vigerende percentage de wet Fido. - Rentetypische looptijd Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening waarin op basis van de leningsvoorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare constante rentevergoeding. - Saldobeheer Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen. - Rentevisie Toekomstverwachting met betrekking tot de renteontwikkeling. - Schatkistbankieren Het verplicht aanhouden van (overtollige) liquide middelen bij het Rijk door gemeenten, provincies, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen. - Treasuryfunctie De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële positie en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren- en crediteurenbeheer. - Uitzetting Het tijdelijk uitlenen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar en 1 dag of langer . - Werkkapitaal Werkkapitaal is het verschil tussen de vlottende activa (voorraden, debiteuren, liquide middelen) op de balans van een organisatie en de vlottende passiva (crediteuren en overige kortlopende schulden). Decentrale overheden zijn verplicht (tijdelijk) overtollige middelen in ’s Rijksschatkist aan te houden op het werkkapitaal na. Het drempelbedrag wordt bepaald op basis van het begrotingstotaal. Zie voor de vigerende drempelbedragen de wet Fido. - Wet Fido Wet financiering decentrale overheden.

Rechtspraak bij dit artikel