Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 9.

Artikel 49.

Schriftelijke vragen

Onderdeel van Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Nuenen c.a. 2024

1.. Schriftelijke vragen zijn kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. 2.. Schriftelijke vragen worden schriftelijk beantwoord, tenzij de indiener nadrukkelijk verzoekt om mondelinge beantwoording. 3.. Schriftelijke vragen worden bij de griffier ingediend. De griffier draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester worden gebracht. 4.. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen, nadat het college of de burgemeester van de schriftelijke vragen in kennis is gesteld. 5.. Mondelinge beantwoording, zoals bedoeld in het tweede lid, vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. De vragensteller kan naar aanleiding van de mondelinge beantwoording een nadere vraag stellen over de door het college of de burgemeester gegeven antwoorden, tenzij de raad anders beslist. 6.. Op het moment dat beantwoording niet binnen de termijn als bedoeld in het vierde of vijfde lid kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij een termijn aangegeven wordt waarbinnen beantwoording alsnog zal plaatsvinden. Dit bericht wordt door de griffier behandeld als een antwoord. 7.. De schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier aan de raadsleden medegedeeld. 8.. De vragensteller kan naar aanleiding van de schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering, waar de desbetreffende vragen op de agenda zijn geplaatst, een nadere vraag stellen over de door het college of de burgemeester gegeven antwoorden, tenzij de raad anders beslist.

Rechtspraak bij dit artikel