**1..** Het college kan een beschikking, genomen op grond van deze verordening, geheel of gedeeltelijk intrekken indien:
niet is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening;
op grond van gegevens beschikt is en gebleken is dat de gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen;
de voorziening onjuist was of ten onrechte is verleend of en de belanghebbende dit wist of behoorde te weten;
uit onderzoek blijkt dat de persoon met een beperking in onvoldoende mate gebruik maakt van een hem toegekende voorziening en naar alle waarschijnlijkheid het komende jaar niet vaker van deze voorziening gebruik zal maken;
de persoon met een beperking zijn verplichtingen ingevolge artikel 7.4 van deze verordening onvoldoende nakomt en zij daardoor het recht op of de noodzaak van de gevraagde voorziening niet kunnen vaststellen.
**2..** Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken indien blijkt dat de tegemoetkoming of het budget binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.
**3..** De intrekking of wijziging van het besluit als bedoeld in het vorige lid werkt terug tot het tijdstip waarop de voorziening is verleend, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.
**4..** Het college kan een besluit, inhoudende de verlening van een persoonsgebonden budget of een financiële tegemoetkoming, behalve op de in het eerste lid genoemde gronden, geheel of gedeeltelijk intrekken of ten nadele van betrokkene wijzigen als blijkt dat de tegemoetkoming niet of niet volledig is aangewend voor het doel waarvoor deze was verleend of dat de overeenkomst niet is ingeleverd.
Hoofdstuk 7.
Artikel 7.7.
Intrekking van een voorziening
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning 2009