Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Verplichte instemming portefeuillehouder

Onderdeel van Besluit algemeen mandaat, volmacht en machtiging gemeente Weert 2024

1.. De portefeuillehouder wordt tijdig, doch in ieder geval voorafgaand aan besluitvorming geïnformeerd over specifieke kwesties waarin gebruik kan worden gemaakt van een op grond van dit besluit verleende mandaat, zodat de mandaatverlener desgewenst gebruik kan maken van zijn bevoegdheid zoals bedoeld in artikel 2 lid 4 van dit besluit. 2.. Onder ‘specifieke kwesties’ zoals in lid 1 bedoeld, worden in ieder geval verstaan aangelegenheden: waarin de portefeuillehouder om afstemming heeft gevraagd; waarvan het aannemelijk is dat de gemeenteraad wensen en of bedenkingen ter kennis wil brengen van het bevoegd orgaan; die resulteren in een besluit waaruit niet geraamde financiële consequenties voortvloeien; waarin een beslissing wordt genomen op een aanvraag in de zin van artikel 1:3 Awb die is ingediend door een bestuurder of een raadslid van de gemeente; die tot negatieve berichtgeving in de media hebben geleid, dan wel aangelegenheden waarvan in verband met de aard daarvan redelijkerwijs moet worden aangenomen dat negatieve berichtgeving zal volgen; die ingrijpende consequenties kunnen hebben voor de gemeente, een groot aantal burgers, bedrijven, verenigingen en of belangengroepen; waarin sprake is van een politieke of bestuurlijke gevoeligheid; waarin sprake is van een negatieve uitkomst in een onderzoek in gevolg van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; aangaande administratieve en civiele procedures waarvan in verband met de aard daarvan redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de portefeuillehouder hiervan op de hoogte moet, dan wel wil zijn; aangaande verzoeken op grond van de Wet open overheid. 3.. Onder ‘specifieke kwesties’ zoals in lid 1 bedoeld, worden tevens verstaan aangelegenheden waarvoor voorafgaande instemming van de portefeuillehouder moet worden verkregen zoals bedoeld in: Bijlage IV, onderdeel A – IV, nummer 2 Bijlage IV, onderdeel A – IV, nummer 3 Bijlage IV, onderdeel A – IV, nummer 4 Bijlage IV, onderdeel A – IV, nummer 5 Bijlage IV, onderdeel A – IV, nummer 6 Bijlage IV, onderdeel A – IV, nummer 7 Bijlage IV, onderdeel A – IV, nummer 8 Bijlage V, onderdeel A – I, nummer 2 Bijlage V, onderdeel A – I, nummer 3 4.. Onder ‘specifieke kwesties’ zoals in lid 1 bedoeld, worden tevens verstaan aangelegenheden waarover voorafgaande afstemming met de portefeuillehouder moet hebben plaatsgevonden zoals bedoeld in: Bijlage II, onderdeel B – II, nummer 1 Bijlage II, onderdeel C, nummer 10 Bijlage III, onderdeel A – I, nummer 15 Bijlage III, onderdeel A – II, nummer 1 Bijlage III, onderdeel B – II, nummer 1 Bijlage IV, onderdeel A -I, nummer 2 Bijlage IV, onderdeel A -II

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel