Naar hoofdinhoud
Algemene controlemiddelen zetten de gemeenten in beginsel – indien dit mogelijk is – als eerste in. Dit is in lijn met het subsidiariteitsbeginsel: het minst ingrijpende controlemiddel waarmee het controledoel kan worden behaald wordt ingezet. Het betreffen de volgende controlemiddelen: Procescontrole: Hierin staan de bevindingen in onze risicoanalyse centraal en de gemeenten onderzoeken hiertoe van de (jeugdhulp)aanbieder de organisatie (bijv. op basis van het AO-/IC-beleid), de inrichting van het zorgproces en de gepastheid van zorglevering op algemeen niveau (bijv. gedefinieerde en vastgelegde zorgpaden). De vorm is schriftelijk/per e-mail en/of face to face (digitaal en/of in combinatie met fysieke bijeenkomsten) en de gemeenten kunnen de aangeleverde informatie (steekproefsgewijs) toetsen op volledigheid en juistheid. Aan de procescontrole kan dus ook een procesgesprek gekoppeld zijn. De (jeugdhulp)aanbieder heeft dan de gelegenheid om toelichting te geven op de bevindingen in de risicoanalyse van de gemeente(n) (waarom zij op specifieke risico’s opvalt en daarvoor is aangeschreven). En gevraagd kan worden om gegevens aan te leveren waaruit de aanneembaarheid van de verklaring blijkt. Enquête: Het is mogelijk dat de gemeenten inwoners die van de (jeugdhulp)aanbieder hulpverlening hebben ontvangen vragen voorleggen. Hier zitten voorwaarden aan. Zo vermelden de gemeenten op het enquêteformulier of mondeling dat de inwoner niet verplicht is tot het beantwoorden van de vragen. Vanzelfsprekend behandelen de gemeenten de antwoorden vertrouwelijk en hebben de voorgelegde vragen geen betrekking op de cliënt eigen problematiek. Logica-/verbandscontrole: Bevindingen uit data-analyse gericht op verbanden (relaties) tussen verschillende typen verrichtingen die erop kunnen wijzen dat er sprake is van onrechtmatig gedeclareerde zorg, worden gecontroleerd. Een voorbeeld hiervan is een samenloopcontrole tussen declaraties in verschillende zorgsegmenten. Beëindiging of voortzetting controle na inzet algemene controlemiddelen De inzet van algemene controlemiddelen heeft drie mogelijke uitkomsten: De ingezette algemene controlemiddelen leveren voldoende zekerheid op dat het controledoel is behaald en er zijn geen andere signalen waaruit blijkt dat er onvoldoende zekerheid is. De gemeente beëindigt dan de materiële controle. Door de inzet van algemene controlemiddelen constateert de gemeente fouten in declaraties. Dan stelt de gemeente een vordering vast na hoor en wederhoor en/of op basis van analyse op de bij de gemeente bekende declaratieregels. Indien nog niet betaald is voor de gedeclareerde (jeugd)hulp (c.q. declaratieregels), kan het zijn dat de gemeente de betaling opschort. De ingezette algemene controlemiddelen leveren onvoldoende zekerheid op dat het controledoel is behaald of er zijn andere signalen waaruit blijkt dat er onvoldoende zekerheid is. De gemeente zet de controle dan voort met een specifiek controlemiddel.

Rechtspraak bij dit artikel