De gemeente kan niet altijd een maatwerkvoorziening afgeven. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt:
voor zover de hulpvrager aanspraak kan maken op een andere voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling;
voor zover de hulpvrager op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk de beperkingen kan wegnemen;
voor zover de hulpvrager met gebruikmaking van algemene voorzieningen de beperkingen kan wegnemen;
indien de voorziening voor een persoon als de hulpvrager algemeen gebruikelijk is;
als de hulpvrager de gevraagde voorziening voor de melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij er sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor de hulpvrager dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen;
indien het een voorziening betreft die de hulpvrager na de melding en vóór datum van de aanvraag of het besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend;
voor zover de aanvraag betrekking heeft op een voorziening die aan hulpvrager al eerder is verstrekt in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken is, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de hulpvrager zijn toe te rekenen, of tenzij hulpvrager geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten;
voor zover de aanvraag betrekking heeft op een voorziening die al eerder aan de hulpvrager is verstrekt in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling en de normale afschrijvingsduur van de voorziening nog niet is verstreken, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan;
indien de noodzaak tot ondersteuning is ontstaan als gevolg van omstandigheden die in de risicosfeer van de hulpvrager liggen of anti-revaliderend werkt;
voor zover deze niet in overwegende mate op het individu is gericht;
indien de voorziening voorzienbaar was, en van de hulpvrager redelijkerwijs verwacht kon worden maatregelen te hebben getroffen waardoor de hulpvraag overbodig zou zijn geworden;
als deze niet langdurig noodzakelijk is;
indien de hulpvrager geen inwoner van de gemeente Noordenveld is;
als deze niet als goedkoopst compenserende voorziening wordt aangemerkt.
De gemeente kan niet altijd een woonvoorziening afgeven. Geen woonvoorziening wordt verstrekt:
voor zover de beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen;
ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen en gehuurde kamers;
voor zover het voorzieningen in de gemeenschappelijke ruimten betreft, zoals trapliften, automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders;
indien de noodzaak het gevolg is van een verhuizing van een adequate naar een inadequate woning waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij het normale gebruik van de woning en er geen belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is;
indien hulpvrager niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment meest geschikte beschikbare woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijke toestemming is verleend door het college;
de inwoner woont in een woning die specifiek gericht is op een bepaalde groep mensen waartoe de inwoner behoort, bijvoorbeeld een complex voor ouderen, en de voorziening is bedoeld voor in een gemeenschappelijke ruimte;
als de noodzaak tot het treffen van een woonvoorziening het gevolg is van achterstallig onderhoud dan wel slechts strekt ter renovatie van de woning om deze in overeenstemming te brengen met de eisen die redelijkerwijs aan de woning mogen worden gesteld;
Bij de noodzaak van een bouwkundige woningaanpassing of herinrichting van de woning ter compensatie van de beperkingen bij het normale gebruik van de woning geldt het primaat van verhuizen.
De gemeente kan niet altijd een persoonsgebonden budget afgeven. Geen persoonsgebonden budget wordt verstrekt:
voor zover de kosten van het betrekken van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen van derden hoger zijn dan de kosten van de maatwerkvoorziening in natura of;
indien het college eerder toepassing heeft gegeven aan artikel 2.3.10, eerste lid, onder a, d en e van de wet.
HOOFDSTUK 4
Artikel 7.
Weigeringsgronden voor maatwerkvoorzieningen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en schulddienstverlening Noordenveld 2024