Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 6.

Algemene bepalingen over voorzieningen

Onderdeel van Re-integratieverordening gemeente Borger-Odoorn 2023

1.. Het college biedt de goedkoopst adequate voorziening aan. 2.. Het voorzieningenaanbod is op maat en integraal op elkaar afgestemd voor integrale ondersteuning en uitgewerkt in het plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de wet. Bij het aanbod wordt rekenschap gehouden met (voorliggende) voorzieningen die zowel op grond van wettelijke regelingen binnen als buiten het gemeentelijke sociaal domein beschikbaar zijn en kan waar nodig domein-overstijgend zijn buiten het werk. 3.. De kosten van de voorziening(en) zijn naar het oordeel van het college proportioneel ten aanzien van de (maatschappelijke) opbrengsten van arbeidsinschakeling door uitstroom uit de uitkering naar betaald werk. 4.. Het college kan een voorziening weigeren als: de persoon ten behoeve van wie de voorziening zou worden verstrekt niet behoort tot de doelgroep; de persoon onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is voor het beoordelen van het recht op de voorziening; de persoon, dan wel diens (feitelijke) werkgever ten aanzien van die persoon, een beroep doet, dan wel kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening, waaronder begrepen een vergoeding of subsidie; de voorziening naar het oordeel van het college onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling; of niet voldaan wordt aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 5.. Het college kan een voorziening beëindigen als: de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, de artikelen 13 en 37 van de IOAW of de artikelen 13 en 37 van de IOAZ niet nakomt; de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep; de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorziening, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2, van de wet; de voorziening naar het oordeel van het college niet langer voldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening; de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; of de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel