Naar hoofdinhoud
Deze verordening verstaat onder: monument: zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde; terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak als bedoeld onder 1; gemeentelijk archeologisch monument: monument, als bedoeld in onderdeel a, onder 2; gemeentelijk monument:onroerend monument, dat overeenkomstig de bepalingen van deze verordening als beschermd gemeentelijk monument is aangewezen; gemeentelijke monumentenlijst:de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk monument aangewezen zaken; beschermd rijksmonument: onroerend monument, dat is ingeschreven in de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers; kerkelijk monument: onroerend monument, dat eigendom is van een kerkgenootschap, kerkelijke gemeente of parochie of van een kerkelijke instelling en dat uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst; onder kerkelijk wordt ook verstaan levensbeschouwelijk in ruime betekenis van het woord; gemeentelijk stads- of dorpsgezicht:groep van onroerende zaken die van algemeen belang is vanwege zijn schoonheid, zijn onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel zijn wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groep zich één of meer monumenten bevinden; beschermd stads- of dorpsgezicht: stads- of dorpsgezicht dat het College als zodanig ingevolge artikel 17 van deze verordening heeft aangewezen, met ingang van de datum van publicatie van die aanwijzing in de media; gemeentelijke lijst van stads- en dorpsgezichten: de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als beschermd stads- of dorpsgezicht aangewezen groepen van onroerende zaken; Commissie Ruimtelijke Kwaliteit: de commissie als bedoeld in de Verordening op de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit; Commissie Ruimtelijke Kwaliteit:de door het College ingestelde commissie met als taak het College op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, deze verordening en het monumentenbeleid, met uitzondering van aanvragen om vergunning als bedoeld in art. 11 en 37 van de Monumentenwet 1988 en als bedoeld in art. 10 en 22 van deze verordening; bouwhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische kwaliteit van een monument (maakt veelal deel uit van de redengevende omschrijving). redengevende omschrijving : in schriftelijke rapportage vastgelegde motivatie voor de noodzaak een pand op te voeren als een monument.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel