Het college voert overleg met de eigenaar over het gebruik van de woning binnen drie maanden na:
ontvangst van de leegstandmelding als bedoeld in artikel 3, lid 1;
een ambtshalve melding als bedoeld in artikel 4, lid 1, aanhef en onder b.
Toelichting
Wanneer een eigenaar voldoet aan de meldingsplicht of wanneer sprake is van een ambtshalve leegstandmelding, wordt binnen drie maanden na de melding van de leegstand een overleg gevoerd met de eigenaar (of beheerder namens hem) van de woning. Zo’n overleg vindt ook plaats als de eigenaar van een woning niet meldt terwijl hij daartoe wel verplicht is. Het overleg kan meerdere gesprekken omvatten. Tijdens het overleg worden alle omstandigheden van de leegstand besproken. In ieder geval zal aan de orde komen hoe de woning weer in gebruik kan worden genomen. Van belang hierbij is onder meer de weging van het publieke belang van de leegstand-bestrijding en de last die het opheffen van leegstand voor de eigenaar met zich meebrengt. Hierbij kan gedacht worden aan de investeringen die redelijkerwijs van de eigenaar kunnen worden gevraagd om de woning overeenkomstig de bestemming opnieuw te gebruiken.