**1..** Het college kan een bestuurlijke boete opleggen voor overtreding van artikel 3, lid 1 en lid 5, overeenkomstig de boetetabel in bijlage 1 bij deze verordening.
**2..** Het bedrag in bijlage 1 bij deze verordening wordt geïndexeerd overeenkomstig de boetemaxima uit artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht. Voor boetebedragen onder en maximum geldt dat deze relatief worden geïndexeerd overeenkomstig de boetemaxima uit artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht.
Toelichting
Lid 1
De verordening geeft het college de mogelijkheid om bij overtredingen van artikel 3, lid 1 en lid 5 een bestuurlijke boete op te leggen. De boetes kunnen worden opgelegd voor het niet melden van een woning die meer dan zes maanden leegstaat. Dit geldt ook voor het niet melden van de beëindiging van het gebruik van een woning na een verplichtende voordracht. Ook als de eigenaar onjuiste gegevens heeft verstrekt bij de aanvraag (zie artikel 15m, lid 2 Leegstandwet) kan een bestuurlijke boete volgen. Voor overtredingen van de andere verbods- en gebodsregels in de verordening kan het college een last onder dwangsom opleggen.
Lid 2
De bestuurlijke boete kan maximaal € 9.000,- bedragen, overeenkomstig artikel 23, lid 4, van het Wetboek van Strafrecht, een boete van de derde categorie. In bijlage 1 bij de verordening is de boetetabel opgenomen. In deze tabel is verwezen naar de artikelen in de Leegstandwet.