Wij bekostigen reeds conform de “kindgebonden financieringssystematiek”. Per uur per peuter op een locatie is er subsidie beschikbaar. Er is zodoende sprake van een juridisch gelijk speelveld voor de kinderopvang, omdat er subsidie verstrekt wordt aan alle aanbieders die voldoen aan de gemeentelijke en wettelijke VVE-eisen.
Met de aanbieders is in 2019-2020 bekeken welke componenten thuishoren in het subsidiair uurtarief en op welke wijze dat verdisconteerd is in het tarief. Deze kostprijsberekening gaat uit van een zogenaamde opplus voor VE-activiteiten, bovenop het wettelijk normtarief voor kinderopvang dat jaarlijks door de overheid wordt vastgesteld. Voor Lingewaard zijn bijvoorbeeld voor de inspanning die gevraagd wordt om een bijdrage te leveren aan de ondersteuningsstructuur, warme overdracht en afstemming met ouders in de kostprijsberekening uren opgenomen.
Conform wet- en regelgeving is vanaf 1 januari 2022 de HBO-er in de voorschoolse educatie een verplichting. Wij ontvangen hiervoor vanuit het Rijk middelen in het OAB-budget. Zoals aangegeven zitten de kosten voor die HBO-er reeds deels verdisconteerd in het subsidiair uurtarief voorschoolse educatie. De kostprijs, zoals deze berekend is, rekening houdend met tijd die nodig is om aan wettelijke eisen en gemeentelijke eisen en ambities te voldoen, komt in 2022 op €10,83 per uur per peuter, verhoogd met €0,85 voor de pedagogisch beleidsmedewerker VVE voor alle peuters op peildatum 1 januari en € 0,15 uur voor de hardheidsclausule, als hierop een beroep wordt gedaan.
Jaarlijks wordt dit subsidiair uurtarief geïndexeerd op basis van verhoging van het normtarief en een mogelijk verandering van wettelijke en gemeentelijke eisen.
In de Peutermonitor is sinds 2021 per kwartaal af te lezen welk beroep er wordt gedaan op de subsidie voor peuteropvang en VE.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.1
Kostprijs en subsidieregeling voorschoolse educatie
Onderdeel van Uitvoeringsplan Onderwijskansenbeleid 2023-2026