**1..** Er mogen uitsluitend laadpalen op een openbare plaats geplaatst worden door aanbieders.
**2..** Het verzoek tot plaatsen van een laadpaal op een openbare plaats kan worden ingediend bij de gemeente.
**3..** De plaats van een laadpaal en een laadlocatie op een openbare plaats wordt door de gemeente bepaald aan de hand van de volgende criteria:
Een verzoeker heeft geen redelijke mogelijkheid tot het laden van een elektrisch voertuig op eigen terrein;
Voor een oplaadlocatie hebben haakse parkeerplaatsen de voorkeur. Als dit niet mogelijk is overweegt de gemeente plaatsing bij langsparkeerplaatsen;
Het parkeerterrein van een oplaadlocatie heeft bij voorkeur minimaal vier parkeervakken. Als dit niet mogelijk is overweegt de gemeente plaatsing bij minder parkeervakken;
Een oplaadlocatie moet openbaar nut hebben, aan een verzoek voor een locatie met individueel nut wordt niet meegewerkt;
De plaats van een oplaadlocatie wordt bepaald aan de hand van wijkkaarten waarbij een locatie wordt aangewezen volgens de vooraf bepaalde locaties binnen de wijk van de verzoeker of het initiatief. Waar nodig blijft maatwerk mogelijk;
De beschikbaarheid van capaciteit op het elektriciteitsnetwerk voor een oplaadlocatie weegt zwaarder bij de locatiekeuze dan de afstand van de oplaadlocatie tot het vestigingsadres van een verzoeker of het initiatief;
Openbaar groen mag niet onevenredig ten koste gaan van de realisatie van een oplaadlocatie. Het college bepaalt wanneer er sprake is van onevenredige aantasting van het openbaar groen.
**5..** Laadlocaties zijn uitsluitend bestemd voor het laden van elektrische voertuigen. Daarom wordt bij een laadlocatie een E8c bord geplaatst uit het RVV 1990. In combinatie met een verkeersbord OB504 uit het RVV.
**6..** Het toewijzen van een laadlocatie op een openbare plaats vindt plaats op verzoek van de aanbieder, een potentiële gebruiker of op eigen initiatief van de gemeente.