**1..** Het buffervermogen van de subsidieontvanger is maximaal 10% van de gemiddelde totale jaaromzet gedurende de drie meest recente boekjaren.
**2..** Het college legt bij beschikking vast voor welke risico’s het buffervermogen mag worden aangesproken.
**3..** De subsidieontvanger voegt exploitatieoverschotten toe aan het buffervermogen voor zover daarmee het maximaal toegestane buffervermogen niet wordt overschreden.
**4..** Indien uit de jaarrekening blijkt dat het buffervermogen van de subsidieontvanger lager is dan het in het eerste lid benoemde maximale buffervermogen geldt een opslag van 2% op de tarieven die volgen uit artikel 9. De opslag wordt gebruikt om het buffervermogen aan te vullen tot de maximaal toegestane hoogte.
**5..** Het college kan bij beschikking afwijken van het bepaalde in het eerste en vierde lid.
Hoofdstuk 2
Artikel 10
Buffervermogen
Onderdeel van Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen Regio IJsselland