Dat op basis van recente cijfers en ervaringen van de politie en Handhaving van de gemeente blijkt dat in deze gebieden nog altijd sprake is van overlast;
dat de gemeente in samenwerking met de politie en andere direct betrokken partijen investeert in een verdere en structurele daling van de overlast mede als gevolg van fietsendiefstallen, auto-inbraken, winkeldiefstal en overige overlast gevende gedragingen;
dat het inzetten van cameratoezicht in deze gebieden in aanvulling op de bestaande maatregelen derhalve noodzakelijk blijft ter handhaving van de openbare orde;
dat de burgemeester het belang van een effectieve handhaving van de openbare orde enerzijds en de daarmee gepaard gaande mogelijke inperking van het recht op privacy anderzijds tegen elkaar heeft afgewogen;
dat in die afweging aan het algemene belang om de verstoring van de openbare orde te herstellen meer gewicht moet worden toegekend dan aan het belang om geen inmenging te dulden in de privacy;
dat de burgemeester de (verstoringen van de) openbare orde in deze gebieden permanent volgt;
dat het besluit tot cameratoezicht zal worden ingetrokken indien cameratoezicht niet meer noodzakelijk is voor de handhaving van de openbare orde;