Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 2.2

Artikel 2:3

Voorwerpen op of aan de weg of openbare plaats

Onderdeel van Verordening Fysieke Leefomgeving Castricum 2024

1.. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan de weg of een weggedeelte of openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2.. Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 3.. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: evenementen als bedoeld in artikel 2:24 van de Algemene plaatselijke verordening Castricum 2023, of diens rechtsopvolgers; terrassen als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening Castricum 2023, of diens rechtsopvolgers; standplaatsen; door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen. 4.. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van reclameborden en -spandoeken. 5.. Het verbod in het eerste lid geldt tevens niet voor voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard. 6.. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening. 7.. De weigeringsgrond van het tweede lid, onder a geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet. 8.. De weigeringsgrond van het tweede lid, onder b geldt niet voor bouwwerken. 9.. De weigeringsgrond van het tweede lid, onder c geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer. 10.. Op de aanvraag om een vergunning, niet zijnde een omgevingsvergunning, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel