Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.2

Artikel 4.2.5

Langzaam verkeer

Onderdeel van Handboek Openbare Ruimte 2024

4.2.5.1Algemeen Zorg voor sociaal veilige routes voor langzaam verkeer. Sociaal veilig: de mate waarin mensen zich veilig voelen in een bepaalde omgeving. Routes voor langzaam verkeer liggen zoveel mogelijk in het zicht in verband met sociale controle. 4.2.5.2Voetpaden Leg langs een 30 km-weg voor de woningen aan beide zijden een trottoir aan; bij woningen aan één zijde is een enkel trottoir toegestaan. De breedte van voetpaden en trottoirs is afgestemd op de verkeerskundige gebruikerseisen. De breedte van trottoirs is gebaseerd op de richtlijnen van de ASVV 2012 (zie ook hoofdstuk Minder Validen). 4.2.5.3Oversteek Indien er sprake is van een bijzondere/belangrijke looproute tussen twee bestemmingen/locaties, overweeg dan een solitaire voetgangersoversteekplaats. Dergelijke oversteken bij voorkeur combineren met plateau of versmalling van de rijbaan. Voetgangersoversteekplaatsen (VOP) in een 30 km-gebied zijn niet toegestaan. Bij uitzondering is dit mogelijk in 50 km-gebieden en alleen overleg met de beleidsmedewerker verkeer en vervoer van de gemeente. Wanneer er sprake is van een hoofdroute voor voetgangers is het belangrijkste kenmerk hierbij dat de oversteek regelmatig gebruikt wordt en veilig is. Het overige verkeer weet dan op basis van ervaring dat hier regelmatig mensen oversteken. Een oversteek in een hoofdroute is een oversteek waar: In een korte periode (bijvoorbeeld bij aanvang van schooltijden, of nabij bushaltes) veel voetgangers oversteken. Óf In een langere periode, op een gemiddelde dag, ‘druppelsgewijs’ voetgangers oversteken. Richtlijn is hierbij dat er ± 100 voetgangers tussen 07.00 en 19.00 uur oversteken. Óf Er steken relatief veel kwetsbare voetgangers over (ouderen, kinderen, gehandicapten). Eisen die we aan een oversteek in een hoofdroute stellen zijn: De snelheid van het verkeer ter plaatse van de oversteek is zo laag, dat de remweg van een auto zodanig is dat hij te allen tijde tot stilstand kan komen als hij een voetganger signaleert. Daarnaast moet de snelheid zo laag zijn dat een mogelijke aanrijding tussen een auto en een voetganger geen (ernstig) letsel tot gevolg heeft. Concreet betekent dit dat dat de V85 van het autoverkeer lager dient te zijn dan 50 km per uur. De V85 is de snelheid die 85% van de weggebruikers niet overschrijdt. De oversteeklengte is niet te lang. Hoe langer de oversteek, hoe meer tijd er nodig is om over te steken. Verdeel de oversteek daarom in meerdere korte oversteken, bijvoorbeeld met een middeneiland. Maximale acceptabele oversteeklengte voor een ongeregelde oversteek is 5,5 meter. Er is goed zicht op wachtende voetgangers/goed zicht van wachtende voetgangers op het verkeer. Voorkom parkeren van voertuigen nabij de oversteekplaats zodat er voldoende zicht is. Een veilige oversteek is belangrijker dan wel of geen VOP. Het plan dient in elk geval aan bovenstaande voorwaarden te voldoen voordat de initiatiefnemer een keuze maakt uit het regime wat geldt op de oversteek (al dan niet een VOP). De sleutel ligt dan ook in eerste instantie in het veiliger maken van de oversteek, door: waar mogelijk toepassen van snelheidsremmende maatregelen; waar mogelijk verkorten of verdelen van de oversteek, door toepassen van een versmalling of middensteunpunt; verbeteren van zicht door verwijdering van obstakels en optimaliseren van de verlichting; verbeteren van de toegankelijkheid voor mindervaliden. Maak vervolgens de keuze voor al dan niet een VOP. Deze keuze is afhankelijk van: Aanwezigheid fietsoversteek. Als de oversteek samengaat met een fietsoversteek is bepalend welk regime de fietsoversteek heeft. Voorkom dat de fiets- en voetgangersoversteek een verschillend regime hebben. Voor overige weggebruikers is een verschil in regime moeilijk te begrijpen en dat levert onduidelijkheid en daarmee onveiligheid op. In sommige gevallen kan de initiatiefnemer beter kiezen om de fietser met het overige verkeer mee te laten oversteken over de kruising, in plaats van samen met de voetganger. In een dergelijke situatie hoeft de voetganger niet mee in hetzelfde regime en is een VOP dus mogelijk (advies van de SWOV). De intensiteit van het autoverkeer. Wanneer de hoeveelheid autoverkeer onder de drempelwaarde (zie onderstaande tabel) ligt, zijn er zo veel hiaten in de verkeersstroom dat veilig oversteken zonder VOP goed mogelijk is. Bij intensiteiten boven de bovengrens (zie onderstaande tabel) is oversteken nauwelijks mogelijk. Bij intensiteiten boven deze grens moet gezocht worden naar mogelijkheden om de intensiteiten te verlagen (bijvoorbeeld door het verdelen van de oversteek of door netwerkmaatregelen). Is dat niet meer mogelijk, zoek dan naar een geregelde vorm van oversteek (bijvoorbeeld met verkeersbrigadiers of een VRI). Meetperiode Drempelwaarde Bovengrens (voor een enkele oversteek) Weekdag 4000 mvt / 24 uur 12500 mvt / 24 uur Gemiddeld spitsuur 320 mvt / uur 1000 mvt / uur Drukste kwartier in de (school)spits 80 mvt / 15 min 250 mvt / 15 min *mvt = motorvoertuigen De intensiteiten zijn ontleend aan CROW-publicatie 226. De intensiteiten zijn ontleend aan CROW-publicatie 226. Oversteekplaatsen in hoofdroutes, waarbij de intensiteiten die tussen de drempelwaarde en de bovengrens liggen, worden bij voorkeur uitgevoerd als een VOP. Pas andere opties alleen toe als zo veel mogelijk is gedaan om de oversteek toch veilig te maken. De afstand naar de dichtstbijzijnde oversteek over dezelfde weg. Is de afstand naar de dichtstbijzijnde oversteek korter dan 80 meter en deze oversteek is een volwaardig alternatief, maak dan de overweging welke oversteek het veiligst/meest logisch is en werk deze verder uit. 4.2.5.4Fietspaden Uitgangspunt is een fietspad met eenrichtingsverkeer. Een fietspad met tweerichtingsverkeer is mogelijk indien: een tweerichtingsfietspad de route voor fietsers verkort en/of een logische verbinding vormt in een route (als de initiatiefnemer in een dergelijk geval toch voor eenrichtingsfietspaden kiest, zullen veel fietsers clandestien links van de weg rijden); een tweerichtingsfietspad oversteekbewegingen voorkomt. Bespreek het altijd vooraf als beschikbare ruimte en kosten voor grondverwerving argumenten zijn voor een fietspad met tweerichtingsverkeer. De breedte van vrij liggende fietspaden past bij het gebruik en intensiteit, zie hierover ook de meest recente CROW-richtlijnen. Plaats op de rijloper van fietspaden in principe geen fysieke obstakels ter voorkoming van oneigenlijk gebruik. Op gebiedsontsluitingswegen dienen vrijliggende fietsvoorzieningen of parallelvoorzieningen aanwezig te zijn (geen menging van verkeer). Op erftoegangswegen maken fietsers in principe gebruik van de rijbaan. Op gebiedsontsluitingsweg: oversteek van een langzaam verkeersverbinding: zo veel mogelijk combineren met een kruispunt. Erftoegangsweg: Breng voor het oversteken op wegvakken geen speciale voorzieningen aan. Bromfietsers binnen de bebouwde kom op de rijbaan en buiten de bebouwde kom op fiets- /bromfietspad. Bijzondere aandacht is vereist voor de verlichting van fietsoversteken. In onderstaand schema staat bij welke intensiteiten op de gebiedsontsluitingsweg het wenselijk is om de voorrang voor de solitaire fietsoversteek te regelen. Het regelen van de voorrang overwegen we alleen als er sprake is van een hoofdfietsroute (weergegeven in het mobiliteitsplan). Bij secundaire fietsroutes geven de fietsers voorrang aan het gemotoriseerde verkeer. Bron: CROW/ASVV

Rechtspraak bij dit artikel