4.2.7.1Bushalte
Leg de halteplaatsen (inclusief abri’s) aan volgens de normen van de provincie Gelderland en de bijbehorende toegankelijkheidseisen.
Op busroutes is er overleg met de vervoersmaatschappij en concessiehouder over de maatregelen.
Lijndienstbussen halteren op gebiedsontsluitingswegen buiten de rijbaan in een haltekom.
De halte moet toegankelijk zijn voor (visueel)gehandicapten.
Houd er bij het plaatsen van abri’s rekening mee dat een rolstoelgebruiker recht de bus in kan rijden.
Routes van openbaar busvervoer lopen zoveel mogelijk via gebiedsontsluitingswegen.
Bij haltes van openbaar vervoer moet ruimte aanwezig zijn voor een abri; andere haltevoorzieningen zoals fietsenrekken moeten op aanvaardbare loopafstand zijn.
4.2.7.2Bedrijventerrein
Op bedrijventerreinen is een helder onderscheid tussen erftoegangswegen en gebiedsontsluitingswegen lastig. Op de brede wegen waar veel vrachtverkeer is, is een snelheid van 50 km per uur realistisch.
Ontwerp wegen op bedrijventerreinen volgens de meest recente CROW-richtlijnen.
Wegen zijn minimaal 7 meter breed bij een vrachtwagenparkeerplaats.
Geen rotondes toepassen, indien er weinig ander verkeer is dan vrachtverkeer.
Op bedrijventerreinen waar logistiek een belangrijke rol speelt, krijgen (brom)fietsers langs de belangrijkste ontsluitingswegen vrijliggende fietspaden.
Breng op bredere wegen fiets(suggestie)stroken aan, indien er geen ruimte is voor vrijliggende fietspaden.
Op bedrijventerreinen mag parkeren bij de bedrijven alleen op eigen terrein.
Percelen op bedrijventerrein mogen niet over de volle breedte ontsluiten op de openbare weg: er dienen duidelijke in- en uitgangen te zijn. Zodoende kunnen manoeuvres bij loadingdocks en dergelijke volledig op eigen terrein plaatsvinden.
4.2.7.3Schoolzones
In een schoolzone is de inrichting van de weg afgestemd op de aanwezigheid van de school en dus kinderen. Inrichting van een schoolzone vindt altijd plaats in overleg met de betreffende school/scholen en team verkeer van de gemeente.
Een schoolzone is verkeerskundig maatwerk en volgens de Leidraad Inrichting Veilige Schoolomgeving (CROW). Bij unieke oplossingen kan de initiatiefnemer gemotiveerd afwijken.
Voorbeelden van mogelijke maatregelen zijn:
Snelheidsremmende maatregelen (verhogingen, versmallingen en belijning) vooral bij oversteeklocaties.
Attentieverhogende maatregelen bij oversteeklocaties (kanalisatiestrepen, opvallende tegels en waarschuwingsborden).
Eigen fietsvoorzieningen (fiets(suggestie)stroken, fietspaden en fietsstraten).
Aanduiden van de parkeerruimte.
Fysiek tegengaan van het foutief parkeren.
Een ‘kiss and ride’ parkeerplek heeft geen vakindeling.
Verduidelijken en regelen voorrangssituaties.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.2
Artikel 4.2.7
Functionele gebieden
Onderdeel van Handboek Openbare Ruimte 2024