Een invalideninrit is volgens de ASVV 2012 met inritperronband van 0,75 meter diep, zonder voelbare rand of afwateringsgoot.
Realiseer invalideninritten op kruispunten op het tangentpunt, niet in de bocht, maar op voldoende afstand van een kolk zodanig dat de helling van de invalideninrit niet steiler wordt dan 1:10.
Houd bij invalideninritten op gebiedsontsluitingswegen rekening met een opstellengte op het trottoir van 1,20 meter voor scootmobielen.
De hellingshoek bij invalideninritten met een gangbaar hoogteverschil van 0,10 meter tot 0,12 meter mag niet steiler zijn dan 1:10. De toegepaste standaardmaat van een invalideninrit is 0,75 meter diep, 0,10 meter hoog en minimaal 1,20 meter breed.
Voorzie inritten naar woningen van inritblokken in plaats van een verlaagde band, om het sterk hellen van het trottoir te voorkomen.
Houd bij invalideninritten op gebiedsontsluitingswegen rekening met een opstellengte op het trottoir van 1,20 meter voor scootmobielen.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.4
Artikel 4.4.5
Toegankelijkheid voor mindervaliden
Onderdeel van Handboek Openbare Ruimte 2024