Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening Wmo 2024 gemeente Smallingerland

Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In de Wmo zijn de volgende begrippen omschreven (artikel 1.1.1): aanbieder: natuurlijke persoon of rechtspersoon die jegens het college gehouden is een algemene voorziening of een maatwerkvoorziening te leveren; algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning; begeleiding: activiteiten gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdat hij zo lang mogelijk in zijn eigen leefomgeving kan blijven. beschermd wonen: wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving; cliënt: persoon die gebruik maakt van een algemene voorziening of aan wie een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget is verstrekt of door of namens wie een melding is gedaan als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid; cliëntondersteuning: onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen; gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten; maatschappelijke ondersteuning: ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving; maatwerkvoorziening: op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen: ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen, ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere maatregelen, ten behoeve van beschermd wonen en opvang; mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep; persoonsgebonden budget: bedrag waaruit namens het college betalingen worden gedaan voor diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot een maatwerkvoorziening behoren, en die een cliënt van derden heeft betrokken; sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt; zelfredzaamheid: in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: aanvraag: het verzoek van de cliënt aan de gemeente om een beslissing te nemen op de vraag om een maatwerkvoorziening te verstrekken; algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten, diensten, activiteiten of andere maatregelen; andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Wmo; beschikking: een besluit dat door of namens het college op een aanvraag voor ondersteuning genomen wordt en schriftelijk vastgelegd wordt; bijdrage: bijdrage als bedoeld in de Wmo artikel 2.1.4a; budgethouder: de persoon die een Pgb ontvangt op grond van de Wmo. Carins: Uitvoeringsorganisatie voor de Wmo en Jeugdwet voor de gemeente Smallingerland. centrumgemeente: een gemeente die in een intergemeentelijk samenwerkingsverband volgens de Wet gemeenschappelijke regelingen, een bepaalde functie uitvoert voor omliggende gemeenten. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Smallingerland; eigen kracht: de eigen mogelijkheden en het probleemoplossende vermogen (capaciteit), tijd van de cliënt en/of de leefeenheid van de cliënt (gebruikelijke hulp) om zelf of met personen uit het sociaal netwerk van de cliënt (mantelzorg) de beperking in zelfredzaamheid en participatie of problemen bij het zich handhaven in de samenleving op te lossen; financiële maatwerkvoorziening: een geldbedrag, al dan niet forfaitair of gemaximeerd, bedoeld om een voorziening mee aan te schaffen voor het te bereiken resultaat; hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.1 lid 1 van de wet; mantelzorgcompliment: blijk van waardering aan mantelzorgers van cliënten door de gemeente Smallingerland in de vorm van een geldbedrag. melding: bericht aan het college als bedoeld in artikel 2.3.1 lid 1 van de wet, waarin aangegeven wordt dat de cliënt behoefte aan maatschappelijke ondersteuning heeft; ondersteuningsplan: de weergave van de uitkomsten van het onderzoek (art. 2.3.2 lid 8 Wmo); onderzoek: de verheldering van de behoefte van de cliënt aan ondersteuning en in kaart brengen wat de mogelijke oplossingen zijn, als bedoeld in artikel 2.3.2 lid 4 van de wet; participatie: deelname aan het maatschappelijk verkeer, waarbij de cliënt mensen kan ontmoeten, contacten kan onderhouden, boodschappen kan doen en aan maatschappelijke activiteiten kan deelnemen (en zich hiertoe kan verplaatsen); Pgb plan: is een door het college vastgesteld format ter beoordeling van het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een Persoonsgebonden budget; persoonlijk plan: plan waarin de cliënt de omstandigheden, bedoeld in artikel 2.3.2 lid 4 Wmo 2015 onderdelen a tot en met g van de wet, beschrijft en aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het meest is aangewezen; respijtzorg: is het tijdelijk overnemen van de totale zorg om de mantelzorger te ontlasten; vertegenwoordiger: persoon of rechtspersoon die de cliënt vertegenwoordigt die niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake (conform de Wmo artikel 1.1.1); wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel