Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 16

Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen (in natura of Pgb) en misbruik of oneigenlijk gebruik

Onderdeel van Verordening Wmo 2024 gemeente Smallingerland

1.. Het college informeert de cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening (in natura of Pgb) zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. 2.. Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor de beoordeling van de aanspraak op een maatwerkvoorziening, de cliënt en diens huisgenoten op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college te bepalen plaats en tijdstip en hen te bevragen; de cliënt en diens huisgenoten op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door een of meer daartoe aangewezen deskundigen te laten bevragen en/of te onderzoeken. 3.. De cliënt alsook diens relevante huisgenoten in het kader van gebruikelijke hulp, zijn verplicht medewerking te verlenen aan de oproep als bedoeld in het tweede lid onder a en de bevraging en/of onderzoek als bedoeld in het tweede lid onder b. 4.. Deze medewerkingsplicht van de cliënt en diens huisgenoten behelst ook de verplichting om: aan het college, gevraagd en ongevraagd, mededeling te doen van feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op de voorziening; medewerking te verlenen aan een bezichtiging van de persoonlijke woon- en leefsituatie, een optische controle of een controle anderszins van een verstrekte of te verstrekken dienst of middel. 5.. Wanneer het college gebruik maakt van zijn controlebevoegdheden, houdt het college rekening met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit zoals die zijn verbonden aan het recht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. 6.. Onverminderd de Wmo artikel 2.3.8 doet een cliënt op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot een heroverweging van een beslissing aangaande een maatwerkvoorziening. 7.. Onverminderd artikel 2.3.10 Wmo kan het college een beslissing over een maatwerkvoorziening (in natura of Pgb) als bedoeld in de Wmo artikel 2.3.5 of 2.3.6 herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening (in natura of Pgb) is aangewezen; de maatwerkvoorziening (in natura of Pgb) niet meer toereikend is te achten óf op een lager niveau vastgesteld dient te worden; de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening (in natura of Pgb) verbonden voorwaarden, of; de cliënt de maatwerkvoorziening (in natura of Pgb) niet, of voor een ander doel gebruikt. 8.. Een beslissing tot verlening van een Pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het Pgb binnen 3 maanden na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. 9.. Als het college een beslissing op grond van het derde lid sub a van dit artikel heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening (in natura of Pgb). 10.. Het college kan een terug te vorderen bedrag verrekenen met betalingen op grond van de wet, die nog uitgekeerd moeten worden. 11.. Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen (in natura én Pgb) met het oog op de beoordeling van de kwaliteit, rechtmatigheid en doelmatigheid daarvan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel