Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte

Onderdeel van Verordening Wmo 2024 gemeente Smallingerland

1.. Een gesprek maakt deel uit van het onderzoek. Het gesprek wordt gevoerd met de cliënt of zijn vertegenwoordiger, voor zover mogelijk zijn mantelzorger(s), voor zover wenselijk een onafhankelijk cliëntondersteuner en voor zover nodig andere personen. 2.. De volgende factoren maken in ieder geval deel uit van het onderzoek en vormen de basis van het gesprek: de behoeften, persoonskenmerken en de voorkeuren van de cliënt; het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning; de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te verbeteren of te voorzien in zijn behoefte aan Beschermd Wonen of Opvang; de mogelijkheden om met mantelzorg of ondersteuning van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of te voorzien in zijn behoefte aan Beschermd Wonen of Opvang; de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt; de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien in zijn behoefte aan Beschermd Wonen of Opvang; de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid, zijn participatie of aan Beschermd Wonen of Opvang; de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken; welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van artikel 2.1.4a van de wet verschuldigd zal zijn. 3. . Het college volgt bij het onderzoek naar de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning, met inachtneming van het eventuele persoonlijk plan, het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep: Stel vast wat de precieze hulpvraag is. Breng de beperkingen in de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie of bij het zich kunnen handhaven in de samenleving gedetailleerd in kaart. Stel vast welke ondersteuning in aard en omvang nodig is, zodat cliënt in voldoende mate zelfredzaam is en kan participeren en cliënt zich weer (zelfstandig) staande kan houden in de samenleving. Breng in kaart of en in welke mate eigen kracht, gebruikelijke hulp, mantelzorg, hulp uit het sociale netwerk of een algemene voorziening een oplossing biedt. Concludeer of er nog iets overblijft om te compenseren via een maatwerkvoorziening. 4. . Draagkracht en draaglast Een gezonde draagkracht betekent onder meer dat huisgenoten onderling zorg kunnen dragen voor gebruikelijke hulp. Voor zover het van toepassing is en tot de mogelijkheden behoort dat huisgenoten zelf hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding, vervoer en hulp bij het huishouden bieden, kent het college geen maatwerkvoorziening toe. Als de noodzakelijke hulp op het gebied van hulp bij het huishouden van kinderen voor hun ouder(s) voor wat betreft de aard, frequentie en benodigde tijd voor deze handelingen zwaarder is dan de hulp die kinderen van dezelfde leeftijd redelijkerwijs bieden, neemt het college in haar onderzoek de balans tussen draaglast en draagkracht mee. Het college bepaalt of de draagkracht van het gezin om zelf de nodige ondersteuning, hulp en zorg te kunnen bieden in overeenstemming is met de draaglast, op basis van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de kinderen, samen met de personen die tot hun sociale omgeving behoren en beschikbare algemene, algemeen gebruikelijke en/ of andere voorzieningen. Als de noodzakelijke hulp op het gebied van hulp bij het huishouden , persoonlijke verzorging, begeleiding en vervoer van volwassen huisgenoten voor wat betreft de aard, frequentie en benodigde tijd voor deze handelingen zwaarder is dan de hulp die zij redelijkerwijs bieden, neemt het college in haar onderzoek de balans tussen draaglast en draagkracht mee. Het college bepaalt of de draagkracht van het huishouden om zelf de nodige ondersteuning, hulp en zorg te kunnen bieden in overeenstemming is met de draaglast, op basis van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de kinderen, samen met de personen die tot hun sociale omgeving behoren en beschikbare algemene, algemeen gebruikelijke en/ of andere voorzieningen. Het college maakt voor wat betreft het vaststellen van de balans tussen draagkracht als bedoeld in het eerste lid en draaglast als bedoeld in het tweede en derde lid een onderscheid in kortdurende en langdurende situaties: Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de volwassene. Het gaat hierbij over een aaneengesloten éénmalige periode van maximaal drie maanden, binnen een tijdvak van 12 maanden. Langdurend: het gaat om chronische situaties waarbij naar verwachting de maatschappelijke ondersteuning langer dan drie maanden nodig zal zijn of meerdere periodes van maximaal drie maanden, binnen een tijdvak van 12 maanden. In kortdurende situaties neemt het college aan dat draagkracht en draaglast in balans zijn en bieden huisgenoten elkaar alle vormen van hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding, vervoer en hulp bij het huishouden zelf, tenzij dit gezien de aard van de benodigde hulp (geheel of gedeeltelijk) niet van huisgenoten mag worden verwacht. In langdurende situaties bieden huisgenoten alle vormen van hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding, vervoer en hulp bij het huishouden zelf als het college op basis van algemeen aanvaarde maatstaven vaststelt dat draaglast en draagkracht in balans zijn, tenzij dit gezien de aard van de benodigde hulp (geheel of gedeeltelijk) niet van huisgenoten mag worden verwacht. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van het onderzoek naar de balans tussen draagkracht en draaglast en de uitwerking daarvan. 5. . Tijdens het gesprek wordt de cliënt in begrijpelijke bewoordingen uitgelegd welke mogelijkheden bestaan om te kiezen voor een Pgb en wat de gevolgen van die keuze zijn. 6.. Het college informeert de cliënt over de mogelijkheid om een aanvraag als bedoeld in artikel 4 in te dienen. 7.. Als dit nodig is voor het onderzoek, kan het college de cliënt, zijn mantelzorger of bij gebruikelijke hulp zijn huisgenoten oproepen voor een gesprek of een onderzoek door een daartoe aangewezen deskundige. 8.. Als dit nodig is voor het onderzoek, kan het college een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies vragen. 9.. Bij het onderzoek stelt het college de identiteit van de cliënt vast aan de hand van een geldig identiteitsbewijs. 10.. Als de hulpvraag genoegzaam bekend is, kan het college onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.2 van de wet, in overleg met de cliënt afzien van een gesprek.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel