Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 21

Exploitatiesaldo

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Streekarchief Voorne-Putten

1. Indien enig exploitatiejaar een batig saldo oplevert, besluit het bestuur of dit saldo: geheel of gedeeltelijk zal worden toegevoegd aan de reserve, doch alleen en voor zover het maximumplafond van meer dan 10% van de jaaromzet nog niet is bereikt; geheel of gedeeltelijk zal worden gebruikt voor extra investeringen; geheel of gedeeltelijk zal worden gerestitueerd aan de gemeenten op basis van de in artikel 23 genoemde verdeelsleutel; geheel of gedeeltelijk in mindering zal worden gebracht op de bijdragen die de gemeenten het volgende jaar zullen moeten doen. 2. Onder het bepaalde in het eerste lid vallen niet de andere reserves dan het weerstandsvermogen. 3. Indien enig exploitatiejaar een nadelig saldo oplevert en het weerstandsvermogen ontoereikend is om dit nadelige saldo te dekken, stelt het bestuur een plan vast dat gericht is op het afbouwen en/of dekken van het nadelig exploitatiesaldo. Het bestuur bepaalt tevens of, en zo ja tot welk bedrag, de gemeenten zullen bijdragen in het nadelig saldo. Het bedoelde plan wordt niet eerder vastgesteld dan nadat de raden van de gemeenten gedurende een termijn van twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om hun mening ten aanzien van het plan naar voren te brengen. 4. Wanneer het bestuur overeenkomstig het gestelde in het tweede lid een besluit heeft genomen omtrent het bijdragen door de gemeenten in het nadelig exploitatiesaldo, wordt het nadelig exploitatiesaldo door de gemeenten gedragen op basis van de in artikel 21 lid 2 genoemde verdeelsleutel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel