**1.** Het bestuur maakt jaarlijks een ontwerpbegroting op, inclusief meerjarenraming en toelichting, voor het volgende boekjaar. Het bestuur zendt deze vóór 30 april toe aan de raden van de deelnemende gemeenten.
**2.** De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, tweede en derde lid, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. Bovendien wordt deze op de website van het Regionaal Historisch Centrum gepubliceerd.
**3.** De raden van de gemeenten kunnen bij het bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting binnen twaalf weken na de datum van toezending, dat wil zeggen uiterlijk 30 juli, naar voren brengen.
**4.** Het bestuur behandelt het ontwerp van de begroting onder bijvoeging van de zienswijzen van de raden en stelt uiterlijk op 1 september voorafgaand aan het jaar waarvoor deze geldt de begroting vast.
**5.** Nadat deze is vastgesteld, zendt het bestuur binnen twee weken, maar in ieder geval vóór 15 september, de begroting aan gedeputeerde staten. Gelijktijdig zendt het de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.
**6.** Het bepaalde in de leden 1 tot en met 5 is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, met uitzondering van de in lid 5 genoemde datum. Het bepaalde in de leden 1 tot en met 4 is niet van toepassing op begrotingswijzigingen die budgetneutraal zijn.
Hoofdstuk 4
Artikel 19
Begroting
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum Voorne-Putten Goeree-Overflakkee