Voor het beoordelen van de eigen kracht van ouders onderzoekt de gemeente, in samenspraak met de ouders, in hoeverre:
de ouder(s), eventueel met hulp van het sociale netwerk, in staat zijn de noodzakelijke hulp te bieden;
de ouder beschikbaar is;
de ouder(s) door het bieden van de hulp niet overbelast raken;
er geen problemen ontstaan in het gezin doordat de ouder(s) de hulp zelf bieden.
Indien voldaan wordt aan de criteria zoals genoemd onder lid 1 a t/m d, beschik(ken) de ouder(s) over voldoende eigen kracht. Voor dat deel van de problematiek waarvoor de jeugdige en/of zijn ouders over voldoende eigen kracht beschikken, wordt geen individuele voorziening verstrekt. Als ouder(s) en klantondersteuner het met elkaar oneens zijn, heeft de consulent van de toegang de doorslaggevende stem.
Indien de eigen kracht onvoldoende is, wordt onderzocht of en hoe de jeugdige en/of zijn ouders de eigen kracht, eventueel met behulp van het sociale netwerk zodanig kunnen vergroten dat in de toekomst minder of geen ondersteuning nodig is. Afspraken hierover worden vastgelegd in de beschikking.
Hoofdstuk 1 › Paragraaf 2
Artikel 1.9
Toetsingskader eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen
Onderdeel van Nadere regels Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning Gemeente Vlissingen 2024