Naar hoofdinhoud
Het college zal beoordelen of de jeugdige, een inwoner die een maatwerkvoorziening via een pgb ontvangt of diens pgb-beheerder voldoende bekwaam is om het pgb te beheren. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft 10 vaardigheidspunten opgesteld voor het beheren van het pgb. Degene die het pgb gaat beheren, dient aan onderstaande criteria a tot en met j te voldoen: een goed overzicht hebben van de eigen (mede financiële) situatie, dan wel die van de hulpbehoevende, en een duidelijk beeld van de hulpvraag. Zelf kunnen aangeven welke jeugdhulp of ondersteuning er nodig is; weten welke regels er horen bij een pgb, of weten waar men die regels kan vinden; een overzichtelijke pgb-administratie bijhouden en weten welk deel van het pgb al uitgegeven is. Deze administratie moet ook overlegd kunnen worden als de gemeente, in het kader van verantwoording, daarom vraagt; communicatievaardig zijn: tijdig en op eigen initiatief kunnen communiceren met de gemeente, de SVB en zorgverleners; zelfstandig kunnen handelen en met instemming van de hulpbehoevende onafhankelijk voor zorgverleners kiezen; zelf afspraken maken en deze afspraken bijhouden en verantwoorden aan de gemeente; beoordelen en beargumenteren of de zorg uit het pgb passend is; de inzet van zorgverleners kunnen coördineren, waardoor de jeugdhulp of ondersteuning door kan gaan, ook bij verlof en ziekte; als werk- of opdrachtgever de zorgverleners aansturen en aanspreken op hun functioneren; voldoende juridische kennis hebben over het werk- of opdrachtgeverschap, of te weten waar deze kennis te vinden. Indien de jeugdige, een inwoner die een maatwerkvoorziening via een pgb ontvangt of diens pgb-beheerder niet voldoet aan de criteria zoals vastgesteld door het ministerie van VWS, kan het college besluiten om geen persoonsgebonden budget toe te kennen. Om de bekwaamheid van de pgb-beheerder te beoordelen wordt rekening gehouden met de volgende factoren (contra-indicaties): de pgb-beheerder is handelingsonbekwaam; de pgb-beheerder heeft als gevolg van dementie, een verstandelijke handicap of ernstige psychische problemen onvoldoende inzicht in de eigen situatie; er is sprake van verslavingsproblematiek; er is sprake van schuldenproblematiek; eerder is door de pgb-beheerder misbruik gemaakt van een pgb; eerder is sprake geweest van fraude door de pgb-beheerder. Als één of meerdere van de bovenstaande situaties zich voordoet kan dat een reden zijn om het pgb te weigeren. Dat is het geval als gevolg van één van deze factoren de aanvrager – ook met hulp van een pgb-beheerder zoals genoemd in artikel 3.6 – niet in staat is om de taken verbonden aan het pgb op de juiste manier uit te kunnen voeren. Deze opsomming is niet limitatief. Er kunnen andere situaties denkbaar zijn waarin het verstrekken van een pgb niet gewenst is omdat de taken niet naar behoren kunnen worden uitgevoerd, waardoor het pgb wordt geweigerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel