Voor formele Wmo-ondersteuning die met behulp van een pgb wordt ingekocht, gelden de volgende kwaliteitscriteria:
de aanbieder moet op verzoek van de consulent alle benodigde informatie verstrekken om de kwaliteit van de ondersteuning te beoordelen.
het personeel van de aanbieder, inclusief ingehuurd personeel en zelfstandigen zonder personeel, moet beschikken over de vereiste competenties en vaardigheden, zoals vastgesteld in de branchebasiscompetentieprofielen (bcp's).
de aanbieder moet de ondersteuning afstemmen op de persoonlijke situatie van de hulpbehoevende en andere ontvangen ondersteuning.
beroepskrachten moeten handelen volgens de professionele standaard.
de hulpverlener beschikt over een geldige Verklaring omtrent gedrag (VOG).
Het college moet de kwaliteit van informele hulp beoordelen:
de beoordeling omvat de passendheid en toereikendheid van de informele hulp in relatie tot de behoeften van de aanvrager.
het college moet vaststellen of professionele hulp noodzakelijk is, gezien de specifieke problematiek, of dat informele hulp vanuit het sociaal netwerk voldoende is. Dit vereist een onderzoek naar de benodigde hulp, waarbij de meerderjarigheid, belasting van de informele hulpverlener, en capaciteit om ondersteuning te bieden worden meegenomen.
Indien alleen professionele hulp doeltreffend is, kan deze niet worden geboden door iemand uit het sociaal netwerk vanwege de noodzaak voor objectiviteit en onafhankelijkheid bij professionele hulpverlening.
De kwaliteitseisen zoals vermeld in de voorgaande leden zijn eveneens van toepassing op ondersteuning in Zorg in Natura (ZiN).
Hoofdstuk 3
Artikel 3.5
Kwaliteitseisen Wmo
Onderdeel van Nadere regels Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning Gemeente Vlissingen 2024