Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Aansturing ambtelijke organisatie

Onderdeel van Instructie voor de gemeentesecretaris 2024

1.. De secretaris heeft de eindverantwoording voor: een voldoende kwaliteit van de ambtelijke advisering aan en de ondersteuning van de bestuursorganen; de coördinatie van de beleidsinhoudelijke advisering van de organisatieonderdelen aan de bestuursorganen; het tijdig en voldoende voorzien van de bestuursorganen van de nodige ambtelijke adviezen en ondersteuning; de planning van de activiteiten en de uitvoering daarvan, met inachtneming van het ter zake vastgestelde beleid; de samenhang alsmede een voldoende gecoördineerd en geïntegreerd handelen van de onderscheiden organisatieonderdelen; de kwaliteit van het management en de organisatie van het ambtelijk apparaat; de juridische en financiële rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gemeentelijke beleid en beheer; de voorbereiding en uitvoering van de begroting evenals de verantwoording over het gevoerde beleid; de tijdige implementatie van nieuwe en gewijzigde wet- en regelgeving. 2.. De voorzitter van het college houdt namens het college jaarlijks een plannings-, voortgangs- en beoordelingsgesprek met de secretaris. 3.. De secretaris is bestuurder in de zin van de Wet op de Ondernemingsraden. In dit kader ziet de secretaris erop toe dat besluitvorming welke onderhevig is aan een wettelijk advies- of instemmingsrecht van de ondernemingsraad, tijdig en correct wordt geïnitieerd.

Rechtspraak bij dit artikel