Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.

Definities

Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet Pekela 2024

In het eerste lid wordt een aantal begrippen nader omschreven. Het gaat in de eerste plaats om vakjargon (wat soms niet te vermijden is) en om begrippen waarvan de betekenis niet bij voorbaat helder is. Om de leesbaarheid te bevorderen en aan te sluiten bij de leefwereld van de geïnteresseerde burger worden in de verordening ook enkele begrippen gebruikt die meer tot de spreektaal van inwoners dan de beleidstaal van ambtenaren behoren. Voorbeelden zijn: inwoner (in plaats van ‘belanghebbende’) en gemeente (in plaats van het formele ‘college’). Ook die zijn hier omschreven. Andere begrippen uit deze verordening die (ook) voorkomen in de Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht (Awb) of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk gedefinieerd in deze verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing op deze verordening. Doelgroep De groep inwoners waarvoor de gemeente verantwoordelijk is, wordt bij ‘doelgroep’ wat cryptisch omschreven. Omdat deze groep zo omvangrijk is, tast het de leesbaarheid van de verordening sterk aan om die groep in totaliteit in de verordening zelf te omschrijven. Deze ‘toelichting’ is daarvoor een geschiktere plek. Voor alle duidelijkheid bestaat de doelgroep volgens de wet uit: a) personen die algemene bijstand ontvangen; b) personen waarvoor de gemeente zorgdraagt tijdens of direct voorafgaand aan het verkrijgen van inkomen uit zelfstandig werk en die een blijvende functionele beperking hebben volgens de WIA en dit inkomen niet kunnen behouden (zie de artikelen 34a, vijfde lid, onderdeel b, 35, vierde lid, onderdeel b, en 36, derde lid, onderdeel b, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna: WIA); c) personen die van de gemeente een voorziening ontvangen die gericht is op arbeidsinschakeling (artikel 10, tweede lid, van de Participatiewet); d) personen met een nabestaanden- of wezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (hierna: ANW); e) personen met een uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (hierna: IOAW); f) personen met een uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (hierna: IOAZ); g) personen zonder uitkering die niet op een andere manier worden ondersteund (zgn. niet-uitkeringsgerechtigden, of: nuggers); Voor deze groep inwoners is de gemeente in ieder geval verantwoordelijk. In de praktijk is de doelgroep ruimer, omdat ook andere groepen door de gemeenten bediend (kunnen) worden. Denk daarbij aan schoolverlaters, vreemdelingen en inwoners met schulden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel