Grondverwerving door de gemeente en het voeren van gemeentelijke grondexploitaties brengt risico’s met zich mee, zowel door de hoge investeringen als door de lange looptijden. Het risicomanagement van de grondexploitaties zorgt ervoor dat financiële tegenvallers niet ten koste gaan van de andere initiatieven, ambities en investeringen van de gemeente. Bij de jaarlijkse Meerjarenprognose grondexploitatie (MPG) worden de risico’s in beeld gebracht. Deze risico’s moeten worden meegenomen met de algehele risico-inventarisatie van de gemeente. Bij zowel de begroting als de jaarrekening wordt gekeken of het weerstandsvermogen van de gemeente voldoende is om deze risico’s op te kunnen vangen.
Voor de gemeentelijke financiën wordt onderscheidt gemaakt tussen voorzienbare en onvoorzienbare risico’s. Hieronder worden de verschillen tussen beide toegelicht.
Voorzienbare risico’s en verliesvoorzieningen
De voorzienbare risico’s worden meegenomen bij het actualiseren van de grondexploitaties. Het
gaat daarbij om voorzienbare tegen- en meevallers met betrekking tot kosten en opbrengsten en de fasering hiervan in de tijd. De meest recente inzichten met betrekking tot planologie en planvorming (voorbereidingsprocedure en omgevingsaspecten) spelen hierbij ook een rol. Voor zover sprake is van een voorzienbaar tekort wordt, volgens de systematiek uit het BBV, een verliesvoorziening getroffen. Deze verliesvoorziening wordt eenmaal per jaar, met de jaarrekening, aangepast aan de geactualiseerde eindwaarde. De verliesvoorziening dient ter dekking van het tekort op het moment dat het project wordt afgesloten.
Onvoorziene risico’s en weerstandsvermogen
Naast de beschreven voorzienbare risico’s zijn er ook onvoorziene risico’s. Dit zijn risico’s waar niet op voorhand mee wordt gerekend, zoals rentewijzigingen, marktomstandigheden en wetswijzigingen. Bij het bepalen van het saldo van een grondexploitatie is hier nog geen rekening mee gehouden. De onvoorziene risico’s moeten worden meegenomen met de algehele inventarisatie van de risico’s van de gemeente. De onvoorziene risico’s worden opgevangen door het gemeentelijke weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen voor de grondexploitaties vormt een onderdeel van het totale weerstandsvermogen van de gemeente. Het BBV stelt hiervoor geen algemene norm. Zowel bij de begroting als bij de jaarrekening komt het onderdeel weerstandsvermogen terug in de paragraaf ‘weerstandsvermogen en risicobeheersing’.
Toelichting Weerstandsvermogen
Het beschikbare weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente in staat is om onverwachte verliezen op te vangen, zonder dat de continuïteit van de gemeente in gevaar komt. Het weerstandsvermogen geeft dus aan hoe robuust de financiële positie is.
Het benodigd weerstandsvermogen wordt bepaald in de MPG aan de hand van de geactualiseerde grondexploitaties, gronden waarop WVG is gevestigd en overige plannen die specifiek zullen worden benoemd bij de berekening van het weerstandsvermogen. Voor de hoogte daarvan wordt aangesloten bij de IFLO-methode.
Bestemmingsreserve Bouwgrondexploitatie
Voor de situatie dat de gemeente haar gronden ontwikkelt maakt de gemeente sinds enkele jaren gebruik van de bestemmingsreserve Bouwgrondexploitatie (BGE). Deze heeft als doel het opvangen van de risico’s die een rol spelen bij gebiedsontwikkeling zoals beschreven in voorgaande paragraaf. De reserve wordt gevoed door winstnemingen vanuit de grondexploitaties. Onttrekkingen bestaan uit verliesnemingen, afwaarderingen en voorbereidingskredieten. Ook dient de reserve voor risico-reserveringen:
Van geraamde verliezen voor de lopende grondexploitaties en financiële verkenningen van gebiedsontwikkelingen obv een Quickscan en een raadsbesluit waarin tot uitdrukking komt dat er een reëel en stellig voornemen bestaat om de betrokken gronden te ontwikkelen, zie figuur 7.1 (Projectfasen & Fasegewijze aanpak). Deze zien op voorzienbare risico’s;
Voor onvoorziene omstandigheden, het zogenaamde benodigd weerstandsvermogen, van lopende grondexploitaties en financiële verkenningen obv een Quickscan en een raadsbesluit waarin tot uitdrukking komt dat er een reëel en stellig voornemen bestaat om de betrokken gronden te ontwikkelen, zie figuur 7.1. De hoogte wordt bepaald door gebruik te maken van de zogenaamde IFLO-norm (zie toelichting hieronder). De aangewezen (een deel van) Wvg-gronden maken hier deel van uit.
Toelichting IFLO-methode
Om het benodigde weerstandsvermogen te bepalen wordt de IFLO-norm (IFLO: Inspectie Financiën Lagere Overheden) toegepast en hetgeen de BBV (Besluit begroting en verantwoording) hierover stelt. De IFLO-norm is een eenvoudige en eenduidige methode op hoofdlijnen en geeft de minimaal benodigde weerstandscapaciteit. Deze bestaat uit de som van twee elementen: 10% van de boekwaarden (som gerealiseerde kosten minus gerealiseerde opbrengsten) plus 10% van de nog te maken kosten in deze exploitaties.
Jaarlijks zal bij het opstellen van de MPG een actualisatie plaatsvinden van de projecten die onderdeel uitmaken van de risicoberekening en de benodigde hoogte van de bestemmingsreserve BGE. Dit bedrag zal ter besluitvorming worden voorgelegd aan de gemeenteraad, om vervolgens te worden verrekend met de algemene reserve van de gemeente.
Beleidskader Risicomanagement gemeentelijke gebiedsontwikkelingen [14]
De gemeente maakt voor het afdekken van de risico’s bij gemeentelijke gebiedsontwikkelingen gebruik van de bestemmingsreserve Bouwgrondexploitaties (BGE)
De benodigde hoogte van deze bestemmingsreserve BGE wordt bepaald door de som van
Voorzienbare tekorten van de lopende grondexploitaties en financiële verkenningen van geprioriteerde gebiedsontwikkelingen gebaseerd obv een Quickscan en een raadsbesluit waarin tot uitdrukking komt dat er een reëel en stellig voornemen bestaat om de betrokken gronden te ontwikkelen (zie hoofdstuk 7, figuur 7.1);
Aan de hand van de IFLO-methode berekende onvoorziene risico’s van de lopende grondexploitaties en financiële verkenningen van geprioriteerde gebiedsontwikkelingen gebaseerd obv een Quickscan en een raadsbesluit waarin tot uitdrukking komt dat er een reëel en stellig voornemen bestaat om de betrokken gronden te ontwikkelen (zie hoofdstuk 7, figuur 7.1) .
Hoofdstuk 6
Artikel 6.2
Risicomanagement gemeentelijke grondexploitaties
Onderdeel van Nota Grondbeleid Reimerswaal 2024