Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4:

Artikel 33

Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en pgb’s en financiële tegemoetkoming

Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Weststellingwerf

1.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een algemene voorziening, een maatwerkvoorziening, pgb of financiële tegemoetkoming, zolang de cliënt van de voorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb of de financiële tegemoetkoming wordt verstrekt, met als maximum de kostprijs. 2.. De maand waarvoor de aanbieder het startzorg bericht verstuurt wordt beschouwd als ingangsmoment van de bijdrage in de kosten. 3.. De bijdrage in de kosten voor maatwerkvoorzieningen, pgb of de financiële tegemoetkoming is gelijk aan het landelijk vastgestelde bedrag per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten samen. 4.. In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de wet bedraagt de hoogte van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening voor vervoer een starttarief van €1,50 per enkele rit en €0,20 per gereden kilometer. 5.. Geen bijdrage in de kosten is verschuldigd indien: het resultaat behaald kan worden door een voorziening in de vorm van een woningaanpassing in algemene ruimten; het resultaat behaald kan worden door een voorziening in de vorm van aanpassingen aan eerder verstrekte woonvoorzieningen en vervoersvoorzieningen; een maatwerkvoorziening is verstrekt in de vorm van een rolstoel; sprake is van een collectieve voorziening, zijnde een rolstoelpool een scootmobielpool of een duofietspool. 6.. De kostprijs van een: Maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; Maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling (bruikleen of eigendom en het dienstverleningstarief); Maatwerkvoorziening in de vorm van een woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling (bruikleen of eigendom). 7.. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening, pgb of financiële tegemoetkoming ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 8.. De bijdrage wordt door het Centraal administratie kantoor (CAK) vastgesteld en geïnd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel