Naar hoofdinhoud
1.. Na het in het vorige artikel bedoelde vooronderzoek vindt een gesprek plaats met de cliënt. 2.. Als de hulpvraag genoegzaam bekend is, kan het college, onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.2 van de Wet, in overleg met de cliënt afzien van een gesprek. 3.. De volgende factoren maken in ieder geval deel uit van het onderzoek en vormen de basis van het gesprek: de behoeften, persoonskenmerken en de voorkeuren van de cliënt; de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te verbeteren of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit het sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of te voorzien in zijn behoeften aan beschermd wonen of opvang; de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt; de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werken inkomen te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid, zijn participatie of aan beschermd wonen en opvang; welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van artikel 2.1.4 van de wet verschuldigd zal zijn. 4.. Het college of de hiervoor in artikel 4 lid 3 bedoelde instantie zorgt voor schriftelijke verslaglegging van het onderzoek na voltooiing van het onder lid 2.3.2 van de Wet bedoelde onderzoek. 5.. Als de cliënt van mening is dat het verslag onvolledig is of onjuistheden bevat, kan hij daarvan op een daarvoor bestemd deel van het verslag mededeling doen, onder aanvulling dan wel correctie zoals door hem bedoeld. 6.. Het verslag voorziet in de mogelijkheid om door de cliënt in het verslag op eenvoudige wijze, voorzien van een ondertekening en datum, aan te laten geven dat deze in aanmerking wenst te komen voor een maatwerkvoorziening. 7.. Het college kan een daartoe aangewezen adviesinstantie om advies vragen als het dit van belang acht voor het maken van een zorgvuldige afweging over passende hulp.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel