Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 5.

Criteria voor een maatwerkvoorziening

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Delft 2024

1.. Het college neemt het ondersteuningsplan, zoals bedoeld in artikel 4, als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening. 2.. Als het college van oordeel is dat een cliënt zijn behoefte aan maatschappelijke ondersteuning redelijkerwijs van tevoren had kunnen voorzien en door anders te handelen had kunnen voorkomen, kan het college besluiten dat de cliënt niet in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening. 3.. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een, eerder door het college verstrekte, voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven, tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de kosten van de voorziening, of als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning. 4.. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate tijdig beschikbare voorziening. 5.. Wanneer er behandelingen mogelijk zijn, die de beperkingen en belemmeringen kunnen verminderen, of opheffen, kan het college besluiten geen, of een (in de tijd) beperkte maatwerkvoorziening te verstrekken. 6.. Als er alternatieve interventies mogelijk zijn, die gericht zijn op het behoud en herstellend vermogen van de cliënt, waarbij inzet van een voorziening uitgesteld en/of voorkomen kan worden, kan het college besluiten geen, of een (in de tijd) beperkte maatwerkvoorziening te verstrekken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel