Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.1

Begrippen en wijze van meten

Onderdeel van Beleidskader kleine windturbines

In dit beleidskader wordt verstaan onder: Ashoogte: de ashoogte van een kleine windturbine wordt gemeten vanaf het peil tot aan: Bij een HAT-turbine: het middelpunt van de wieken van de turbine; Bij een VAT-turbine: de bovenzijde van de rotor. Boerderijmolen: kleine windturbine of een erfturbine bij een volwaardig agrarisch bedrijf voor het opwekken van elektriciteit uit wind, met een maximale ashoogte van 15 meter ten opzichte van het peil; Bouwvlak: aaneengesloten stuk grond waarop bebouwing met een hoofdgebouw en bijbehorende gebouwen is toegestaan. Wat onder een bouwvlak wordt verstaan is vastgelegd in het omgevingsplan; Cultuurhistorie: het geheel van historische landschappelijke structuren aangebracht door de mens, en de daarbij horende historische bebouwing. Cultuurhistorie ligt in het individuele element, in de samenhang met de omgeving en in het aanzicht. Erf-ensemble: samenhangend geheel van erfgebouwen (o.a. boerderij, huis, schuren, bijgebouwen), erfbeplantingen (o.a. bomen, singels, tuinen), waterlopen en erfinrichting (o.a. verhardingen, hekken, brug,); Horizontale as-turbine (HAT-turbine): turbine die wordt gekenmerkt door een as evenwijdig aan de richting van de wind met de wieken loodrecht op de wind. In de ‘actieve stand’ staat deze turbine met de as richting in de wind. Het HAT-type is vooral geschikt voor open gebieden, waar de wind van één kant komt; Kleine windturbine: windturbine met een maximale ashoogte van 15 meter die op een duurzame manier energie opwekken. Hieronder vallen de boerderijmolen, de erfturbine, de miniturbine en de dakturbine; Landelijk gebied: het gebied buiten de bebouwde kom zoals opgenomen in de Omgevingsverordening NH2022; Miniturbine/dakturbine: kleinste soort windturbine voor het opwekken van elektriciteit uit wind. Behalve op de grond, kan dit type windturbines vaak ook op het dak van een gebouw worden bevestigd. Deze turbines bestaan niet alleen in de vorm van horizontale as-turbines (HATs), maar ook als windturbines met een verticale as (VATs); Peil: Hoogte van het maaiveld, deze is geregeld in het voor de locatie geldende omgevingsplan; Rotordiameter: het maximale bereik van de rotorbladen (wieken), gemeten loodrecht op de as. Tiphoogte Bij een HAT-turbine: de ashoogte plus de straal van de rotordiameter. Bij een VAT-turbine: de ashoogte plus het deel van de rotorbladen dat daarbovenuit steekt. Verticale as-turbine (VAT-turbine): turbine die in tegenstelling tot de HAT-turbine draait om een as die loodrecht op de windrichting staat. Het VAT-type is vaak vooral geschikt voor bebouwde gebieden met veranderlijke wind. Wijze van meten Meetpunten voor de ashoogte en de tiphoogte bij het HAT en het VAT-type. Meetpunten voor de rotordiameter bij het VAT en het HAT-type Voorbeeld van een erfensemble, een samenspel van bebouwing.

Rechtspraak bij dit artikel