Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Uitgangspunten

Onderdeel van Delegatie- en mandaatregeling

Degene aan wie de bevoegdheid is overgedragen legt in ieder geval de besluitvorming aan het betreffende bestuursorgaan voor indien: de portefeuillehouder een ander standpunt heeft; de portefeuillehouder dan wel de algemeen directeur de wens daartoe te kennen heeft gegeven. Bij zaken waar de standpunten van de portefeuillehouder, dan wel degene aan wie de bevoegdheid is overgedragen uiteenlopen, dan wel indien de portefeuillehouder, degene aan wie de bevoegdheid is overgedragen, of de algemeen directeur de wens daartoe te kennen geven wordt de besluitvorming voorgelegd aan het betreffende bestuursorgaan. Bij afwezigheid van degene aan wie de bevoegdheid is overgedragen wordt de bevoegdheid uitgeoefend door de formele dan wel aangewezen plaatsvervanger. De algemeen directeur is altijd bevoegd om als plaatsvervanger op te treden. Degene aan wie de bevoegdheid is overgedragen pleegt in ieder geval overleg met de verantwoordelijke portefeuillehouder(s): indien wordt afgeweken van de ter zake bestendige bestuurspraktijk of het ter zake vastgestelde beleid; bij afdelingoverstijgende bevoegdheden. Degene aan wie de bevoegdheid is overgedragen ondertekent namens het bevoegde orgaan. De ondertekening van het besluit luidt als volgt: [bestuursorgaan], namens deze, [organisatorische eenheid (afdeling of team)] [handtekening] naam en functie ondertekenaar. Indien de ondertekening geschiedt door de plaatsvervanger wordt in de ondertekening de naam van de plaatsvervanger opgenomen. In de krachtens delegatie genomen besluiten wordt het betreffende delegatiebesluit genoemd

Rechtspraak bij dit artikel