Deze verordening treedt in werking op de dag na vaststelling door de raad.
Deze verordening werkt voor wat betreft de artikelen 1 tot en met 13 en 25 tot en met 27 terug tot en met 16 maart 2006 en voor wat betreft de artikelen 15 tot en met 24 ten aanzien van de op 24 april 2006 beëdigde wethouders terug tot en met de dag van hun beëdiging. Artikel 14 werkt terug tot en met 11 oktober 2006. De artikelen 35 tot en met 37 werken voor zover het de op 24 april 2006 beëdigde wethouders betreft terug tot en met de dag van hun beëdiging.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 11 december 2006.
De griffier,
De voorzitter,
Voetnoten:
De gemeente is vrij om de hoogte van de vergoeding te bepalen. Wel is in het Rechtspositiebesluit een maximum bedrag opgenomen. In artikel 2 is de hoogte van de vergoeding bepaald op het maximale bedrag.
Ook de hoogte van de onkostenvergoeding is gesteld op het maximumbedrag. De vergoeding is opgebouwd op basis van de volgende kostencomponenten: representatie, vakliteratuur, contributies/lidmaatschappen, telefoonkosten, bureaukosten/porti, zakelijke giften, bijdrage aan fractiekosten, ontvangsten thuis, excursies.
De vaste kostenvergoeding kan niet onbelast worden verstrekt. Om netto het bedrag van de vaste kostenvergoeding gelijk te houden is deze gebruteerd tegen het belastingtarief van 52%. Deze brutering heeft geen betrekking op raadsleden die niet hebben geopteerd voor het loonbelastingregime.
In de verordening is aansluiting gezocht bij de vergoedingen uit de Regeling rechtspositie wethouders. Tot 2004 werd verwezen naar de Reisregeling Binnenland, maar sinds 1 januari 2004 zijn voor politieke ambtsdragers specifieke regelingen opgesteld, waardoor de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de mogelijkheid heeft meer op het ambt toegespitste vergoedingen op te stellen. Om deze reden wordt verwezen naar de Regeling rechtspositie wethouders. Voor raadsleden die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting geldt dat de verstrekte vergoedingen bij de aangifte inkomstenbelasting als opbrengst moeten worden verantwoord. De reiskosten kunnen binnen de geldende randvoorwaarden als aftrekbare beroepskosten kunnen worden opgevoerd. Dit geldt voor alle vergoedingen die in principe belastingvrij vergoed worden.
De vergoeding van de reiskosten met het openbaar vervoer is onbelast. De kilometervergoeding is onbelast tot het fiscaal bepaalde maximum en zijn voor het hogere deel belast.
Voor cursussen e.d. op eigen initiatief gelden aanvullende voorwaarden. Hierbij kan de fractievoorzitter een rol spelen en aangeven dat hij de aanvraag ondersteunt. De in dit artikel bedoelde cursussen en congressen hebben een zakelijk karakter en zijn aan te merken als beroepskosten waarvan de vergoeding c.q. verstrekking van loonbelasting is vrijgesteld.
Een computer kan alleen onbelast vergoed, verstrekt of ter beschikking gesteld worden, indien deze geheel of nagenoeg geheel zakelijk wordt gebruikt. Door de verstrekte laptops te vergrendelen (men kan geen eigen software toevoegen of eigen apparaten aansluiten) kan de gemeente richting belastingdienst aantonen dat deze uitsluitend zakelijk gebruikt worden.
In de WAO en de WIA geldt het algemene principe dat als iemand inkomen uit arbeid ontvangt, dit in de regel zal leiden tot verlaging of intrekking van de uitkering. Voor raads- en commissieleden kan dit ertoe leiden dat een geringe verhoging van het inkomen door de vergoeding voor de werkzaamheden een grote teruggang betekent voor de hoogte van de uitkering als gevolg van de anticumulatieregeling. Door een lagere vergoeding voor de werkzaamheden te geven kan dit voorkomen worden.
Artikel 20 van de Werkloosheidswet komt erop neer dat wanneer iemand een uitkering ontvangt op grond van die wet, deze wordt gekort met het aantal uren dat in een eventuele nieuwe functie wordt gewerkt. De hoogte van het inkomen uit de nieuwe betrekking is daarbij niet relevant. Als de verlaging van de WW-uitkering groter is dan de vergoeding voor de werkzaamheden zal er een negatief inkomenseffect optreden. Door middel van artikel 12 wordt dit nadeel gecompenseerd.
In artikel 77 van de Gemeentewet is geregeld dat het voorzitterschap van de gemeenteraad bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester wordt waargenomen door het langstzittende raadslid. De gemeenteraad kan ook een ander raadslid met de waarneming van het voorzitterschap belasten.
Dit artikel is gebaseerd op de Regeling van de tijdelijke vervanging van leden van de Tweede Kamer en Eerste Kamer der Staten-Generaal, de provinciale staten en de gemeenteraden wegens zwangerschap en bevalling of ziekte (Staatsblad 2006, 418) en het Besluit houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding (Staatsblad 2006, 449), zijnde 11 oktober 2006.
Voor de te benoemen vervanger geldt een verkorte geloofsbrievenprocedure. De procedure is opgenomen in de gewijzigde artikelen X10, X11 en X12 van de Kieswet.
In deze artikelen zijn de aanspraken op eventuele ontslaguitkeringen en voorzieningen voor de opbouw van een ouderdomspensioen of een geldelijke voorziening bij invaliditeit en overlijden geregeld.
De vergoeding kan deels belast zijn.
Een wethouder is een werknemer en kan daarom gebruik maken van de spaarloonregeling dan wel de levensloopregeling. Wanneer de wethouder gebruik maakt van de gemeentelijke levensloopregeling is het niet toegestaan een levensloopbijdrage ten laste van de gemeente te verstrekken. De opbouw van de levensloopvoorziening mag uitsluitend ten laste van de wethouderswedde plaatsvinden. Aangezien wethouders geen verlof kennen, is het slechts mogelijk dat de opgebouwde voorziening bij de beëindiging van het wethouderschap wordt meegenomen naar een volgende werkgever of dat uitbetaling ineens plaatsvindt.
Sinds de dualisering van het gemeentebestuur kunnen personen van buiten de gemeenteraad tot wethouder worden benoemd. Dat kunnen ook personen zijn die niet in de gemeente zelf wonen. Die zijn op grond van de Gemeentewet verplicht om te gaan wonen in de gemeente waar zij wethouder zijn geworden. Bij verhuizing naar de gemeente komen zij in aanmerking voor een verhuiskostenvergoeding en eventueel voor vergoeding van reis- en pensionkosten in afwachting van de verhuizing. De vergoedingen zijn onbelast. In de ministeriële regeling zijn maximumbedragen opgenomen.
Het is mogelijk dat als gevolg van het Belastingplan 2007 de werkgeversbijdrage gelijktijdig met de rijksbijdrage via de belastingdienst wordt vergoed. In dat geval vervalt de gemeentelijke Regeling Kinderopvang en komt dit artikel te vervallen.
De gemeentelijke creditcard kan alleen gebruikt worden door de burgemeester, wethouders en gemeentesecretaris.
Het gaat daarbij om vergoeding van de volgende kosten: reis- en verblijfkosten van raadsleden, zakelijke reis- en verblijfkosten van wethouders, reis- en verblijfkosten bij buitenlandse dienstreizen van wethouders, reis- en pensionkosten en verhuiskosten, reis- en verblijfkosten van leden van gemeentelijke commissies.
Rekeningen kunnen rechtstreeks bij de gemeente in rekening worden gebracht in de volgende gevallen: deelname aan cursussen, congressen, seminars en symposia door raadsleden en wethouders, zakelijke reis- en verblijfskosten van wethouders, reis- en pensionkosten en verhuiskosten, reis- en verblijfkosten bij buitenlandse dienstreizen van wethouders.
Aan wethouders kan onder voorwaarden een creditcard beschikbaar gesteld worden voor functionele uitgaven ten laste van de gemeente. Gebruik van creditcards is mogelijk in de volgende gevallen: zakelijke reis- en verblijfkosten van wethouders, reis- en verblijfkosten bij buitenlandse dienstreizen van wethouders, reis- en pensionkosten en verhuiskosten.
Hoofdstuk IX
Artikel 35
Inwerkingtreding
Onderdeel van Verordening voorzieningen raads- en commissieleden, wethouders en raadsfracties