Aan het lid van een commissie die geen raadslid of wethouder is
en niet in zijn hoedanigheid van ambtenaar tot lid van de
commissie is benoemd worden de reiskosten voor het bijwonen van
de vergaderingen van de commissie vergoed. De vergoeding
betreft:
bij gebruik van openbaar vervoer: een volledige
vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
reiskosten;
bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding
van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten
overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b,
van de Regeling rechtspositie wethouders.
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid worden de in
redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van
reizen binnen en buiten het grondgebied van de gemeente vergoed
overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel c, van de
Regeling rechtspositie wethouders.
Hoofdstuk IV
Artikel 26
Reis- en verblijfkosten
Onderdeel van Verordening voorzieningen raads- en commissieleden, wethouders en raadsfracties