De ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten in verband met
reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van
een beslissing van het gemeentebestuur worden aan het raadslid
vergoed.
De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:
bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
(trein)taxi: een volledige vergoeding van de in
redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten;
bij gebruik van een eigen motorvoertuig of bromfiets:
een vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk
gemaakte reiskosten overeenkomstig het bepaalde in
artikel 4 van de Regeling rechtspositie wethouders. 4
Hoofdstuk II
Artikel 5
Reiskosten
Onderdeel van Verordening voorzieningen raads- en commissieleden, wethouders en raadsfracties