**1..** De rechthebbende van een vaartuig is verplicht ervoor te zorgen dat zijn vaartuig, zolang het een afmeerplaats inneemt, deugdelijk en behoorlijk is afgemeerd.
**2..** De afstand tussen afgemeerde vaartuigen, met uitzondering van woonschepen, dient minimaal 1 meter te bedragen. De tussenruimte tussen afgemeerde woonschepen dient, indien daaromtrent niets is geregeld in het omgevingsplan, minimaal 2 meter te zijn.
**3..** Het is verboden in of bij openbaar gemeentewater:
een vaartuig af te meren aan, of door middel van, andere dan de daarvoor bestemde voorwerpen;
een vaartuig onder, dan wel in de onmiddellijke nabijheid van een brug af te meren dan wel neer te leggen;
een vaartuig af te meren op een afmeerplaats waarvoor aan een ander ontheffing is verleend;
een vaartuig af te meren dat niet voorzien is van een deugdelijk kenmerk dan wel van een deugdelijke naamaanduiding en indien uitgereikt van de jaarsticker;
in het belang van het aanzien van de gemeente, een vaartuig af te meren dat in kennelijk verwaarloosde toestand verkeert;
met uitzondering van de Nieuwe Haven twee of meer vaartuigen naast elkaar af te meren;
een vaartuig af te meren met behulp van ankers of spudpalen;
anders dan op of aan het terrein van een scheepswerf een vaartuig geheel of gedeeltelijk te bouwen, te verbouwen, te slopen, of meer dan routinematig onderhoud te verrichten.
**4..** Van het bepaalde in lid 2, lid 3a, lid 3b, lid 3c, lid 3d, lid 3e, lid 3f, of lid 3h kan het college van burgemeester en wethouders ontheffing verlenen.
Hoofdstuk
Artikel 8:
algemene afmeerregels
Onderdeel van Verordening Openbaar Gemeentewater Delft 2024