**1..** Het Algemeen bestuur stelt een uittredingsplan vast. Het uittredingsplan regelt de gevolgen van de uittreding.
**2..** Onder de gevolgen van de uittreding worden verstaan de financiële-, juridische-, personele- en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding.
**3..** Het uittredingsplan bepaalt de systematiek voor berekening van de financiële gevolgen van de uittreding.
**4..** De voorlopige respectievelijk de definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten en de waarde van de formatie die de uittredende gemeente overneemt, als bedoeld in artikel 53 lid 1.
**5..** Onder frictiekosten wordt verstaan alle incidentele kosten te maken door het openbaar lichaam die het directe gevolg zijn van de beslissing tot uittreding van een deelnemer.
**6..** Onder desintegratiekosten wordt verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig, te maken dan wel te dragen door het openbaar lichaam die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij ingegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding.
**7..** Het openbaar lichaam brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten en de waarde van de formatie die de uittredende gemeente overneemt, als bedoeld in artikel 53 lid 1, in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom.
**8..** Kosten die de uittredende deelnemer maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van de uittredende deelnemer.
**9..** De in het derde lid bedoelde systematiek wordt gebaseerd op:
Relevante wet- en regelgeving;
Relevante jurisprudentie;
Feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van de daadwerkelijke uittreding. Beleidswijzigingen, wijziging van economische omstandigheden en wijziging van inzichten die zich voordoen of opkomen na het moment van de daadwerkelijke uittreding kunnen niet worden betrokken bij de bepaling van de hoogte van de uittreedsom.
**10..** Feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan na het moment van daadwerkelijke uittreding kunnen niet leiden tot wijziging van de hoogte van de uittreedsom, tenzij de uitgetreden deelnemer dan wel het Algemeen bestuur kan aantonen dat de hoogte van de uittreedsom anders zou zijn bepaald indien:
de uittredende deelnemer dan wel het Algemeen bestuur onjuiste inlichtingen heeft verstrekt waarvan deze diende aan te nemen dat de hoogte van de uittreedsom anders zou luiden indien de onjuiste inlichtingen niet zouden zijn verstrekt;
de uittredende deelnemer dan wel het Algemeen bestuur inlichtingen die hem op het moment van het bepalen van de uittreedsom bekend waren niet heeft verstrekt terwijl de uittredende deelnemer dan wel het Algemeen bestuur redelijkerwijs had moeten aannemen dat deze inlichtingen van invloed zouden kunnen zijn op de bepaling van de hoogte van de uittreedsom.
**11..** Het openbaar lichaam is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande hoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk betaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het Algemeen bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer.
**12..** Bij de berekening van de kosten voor uittreding zoals bedoeld in het vierde lid wordt een risico-opslag van 10 procent toegepast om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen.
**13..** Het uittredingsplan bevat een voorlopige berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende deelnemer, hierna te noemen voorlopige uittreedsom.
**14..** Het uittredingsplan wordt minimaal 12 weken voordat het door het Algemeen bestuur wordt vastgesteld door het Dagelijks bestuur aan de raden van de deelnemende gemeenten gezonden om hen in de gelegenheid te stellen daarop hun zienswijze kenbaar te maken.
HOOFDSTUK 16.
Artikel 50.
Uittredingsplan
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Peelgemeenten 2024