Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.3.4

Zak- en kleedgeld

Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp gemeente Goirle 2024

1. De gemeente kan aan de jongere met een kinderbeschermingsmaatregel zak- en kleedgeld toekennen onder de volgende voorwaarden: a. De onderhoudsplichtige kan niet worden aangesproken op de onderhoudsplicht door de voogd of jeugdhulpinstelling. Hiervan is in ieder geval sprake in de volgende gevallen: o de ouders van de jongere zijn vertrokken onbekend waarheen, of o dat het voor de opvang en hulpverlening aan de jeugdige van wezenlijk belang is om het contact over de zak- en kleedgeldbijdrage met de ouders te vermijden. b. De onderhoudsplichtige voldoet niet aan de onderhoudsplicht, en: o er is door de voogd ten minste 1 schriftelijke aanschrijving voor de onderhoudsplicht aan de ouders gedaan, waarop door de ouders gedurende minimaal 3 maanden geen bijdragen zijn voldaan, of o door de voogd is vastgesteld dat de ouders niet binnen 3 maanden kunnen voldoen aan de onderhoudsplicht en dit blijkt uit verkregen gegevens omtrent hun inkomens en vermogenssituatie. 2. De hoogte van het zak- en kleedgeld is gelijk aan maximaal de geldende wettelijke kinderbijslag volgens de Algemene kinderbijslagwet. De tarieven zijn te raadplegen op de website van de SVB. 3. Het zak- en kleedgeld wordt uitbetaald aan de voogd van de jongere of de instelling waar de jongere verblijft.

Rechtspraak bij dit artikel