Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 3.

Artikel 17.

Financiële tegemoetkoming bij woonvoorzieningen

Onderdeel van Besluit Wmo en Jeugdwet gemeente Vaals 2024-1

1.. De inwoner kan in aanmerking komen voor een woonvoorziening, als verhuizing naar een geschikte woning niet mogelijk is volgens artikel 16 lid 2, en voldaan is aan de voorwaarden van de verordening. 2.. De woonvoorziening kan een verbouwing (woningaanpassing) zijn of een roerende (verplaatsbare) woonvoorziening. Uitgangspunt is, dat de woonvoorziening de goedkoopste voorziening is waarmee het probleem van de inwoner kan worden opgelost. 3.. De financiële tegemoetkoming of het pgb voor een woonvoorziening wordt vastgesteld op basis van de goedkoopste passende offerte van 2 door de woningeigenaar aangevraagde offertes. 4.. In bijlage 6 is van een aantal veel voorkomende woonvoorzieningen de levensduur en het voor vergoeding in aanmerking komende oppervlak opgenomen. 5.. De gemeente stelt de financiële tegemoetkoming of het pgb vast op 75% van de in bijlage 6 genoemde bedragen of de in lid 3 van dit artikel bedoelde offerte, als de inwoner de woningaanpassing zelf realiseert. Dit geldt niet voor woningaanpassingen die bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten kunnen worden meegenomen. 6.. De financiële tegemoetkoming voor een woningaanpassing of een roerende woonvoorziening wordt uitbetaald aan de hoofdbewoner van de woning in eigendom of aan de eigenaar van de woning waaraan de voorzieningen zijn getroffen. 7.. De hoogte van de financiële tegemoetkoming voor een woonvoorziening in een algemene ruimte van een wooncomplex, is maximaal 25% van de kosten. Voorwaarde is wel, dat minimaal 70 % van de woningen waarop de woonvoorziening effect heeft, op het moment van de aanvraag bewoond wordt door mensen van 55 jaar en ouder. De Basisregistratie personen is daarvoor bepalend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel