Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1:6

Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

Onderdeel van Subsidieregeling eten en ontmoeten Den Haag 2024

1.. De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de redelijkerwijs gemaakte kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college direct zijn verbonden met en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 1:4. 2.. Niet voor subsidie in aanmerking komen: de kosten die naar het oordeel van het college niet in verhouding staan tot de activiteiten; de kosten die eerder door het college op basis van deze subsidieregeling zijn gesubsidieerd, waarvoor een andere subsidieregeling van kracht is of die op een andere wijze door het college of vanuit de gemeente worden gefinancierd; de verrekenbare BTW over de gesubsidieerde kosten; de restwaarde van specifiek voor de subsidiabele activiteiten aangeschafte apparatuur; de kosten voor het opdoen van kennis die onderdeel uitmaken van trainingen die kosteloos door de gemeente worden aangeboden; de kosten voor de waardering van vrijwilligers die hoger zijn dan € 25 per vrijwilliger per jaar of hoger zijn dan € 8.400,- per aanvraag; de kosten voor vrijwilligersvergoedingen die hoger zijn dan 5% van de subsidie die wordt verleend, die hoger zijn dan het fiscaal vrijgestelde maximum of die hoger zijn dan door het college redelijk en proportioneel worden geacht; de kosten voor de reis- en onkostenvergoedingen van vrijwilligers wanneer deze naar het oordeel van het college niet redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de activiteit; de kosten voor andere vergoedingen aan vrijwilligers dan de vergoedingen als bedoeld onder f, g en h; de kosten voor de verzekering en de Verklaringen Omtrent het Gedrag van vrijwilligers.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel