Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling 2

Artikel 14

Artikel 14

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst regio Utrecht

Het algemeen bestuur wijst in de eerste vergadering van iedere zittingsperiode van het algemeen bestuur de leden van het dagelijks bestuur aan. De leden van het dagelijks bestuur treden af op de dag waarop de zittingsperiode van het algemeen bestuur eindigt. Zij blijven indien en voor zover zij nog lid van het college zijn, als lid van het dagelijks bestuur functioneren tot het moment waarop in hun opvolging is voorzien. Een lid van het dagelijks bestuur dat tussentijds ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn. De leden van het dagelijks bestuur kunnen te allen tijde zelf ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter onverwijld schriftelijk op de hoogte. Het algemeen bestuur kan een lid van het dagelijks bestuur ontslaan als dit lid niet langer het vertrouwen van het algemeen bestuur geniet. Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur openvalt, wijst het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan. Indien het ontstaan van een vacature in het dagelijks bestuur gepaard gaat met het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur, geschiedt de aanwijzing zo spoedig mogelijk nadat in de vacature binnen het algemeen bestuur is voorzien, maar in ieder geval binnen 6 weken na openvallen van de plaats in het dagelijks bestuur, tenzij de voorzitter een andere termijn vaststelt.

Rechtspraak bij dit artikel