Het dagelijks bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarover de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de vertegenwoordigende organen.
Het algemeen bestuur stelt jaarlijks vóór 1 september de begroting voor het eerstkomende begrotingsjaar vast.
Het dagelijks bestuur zendt de algemene financiële en beleidsmatige kaders (ontwerp kadernota) aan de raden, waarna de raden gedurende een termijn van acht weken in de gelegenheid zijn hun reactie te geven. Het dagelijks bestuur voegt de reacties bij de ontwerp kadernota zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
Het dagelijks bestuur zendt de ontwerp begroting, voorzien van een gespecificeerde toelichting uiterlijk twaalf weken voor de voorgenomen datum van vaststelling aan de raden en de leden van het algemeen bestuur.
De raden kunnen omtrent de ontwerp begroting bij het dagelijks bestuur gedurende een termijn van twaalf weken hun zienswijze naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijzen zijn vervat bij de ontwerp begroting zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
Het dagelijks bestuur stelt de raden voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het vijfde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
Het bepaalde in het tweede, vierde, vijfde en zesde lid en het bepaalde in artikel 37, eerste en tweede lid, is, uitgezonderd de daarin genoemde data, van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, met uitzondering van die wijzigingen van de begroting waarbij geen wijziging wordt gebracht in de bijdragen van de gemeenten.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 4 › Hoofdstuk 5 › Afdeling 2 › Hoofdstuk 6 › Afdeling 3 › Hoofdstuk 9 › Afdeling 2
Artikel 36
Artikel 36
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst regio Utrecht