Toetreding tot de Omgevingsdienst is mogelijk nadat een college van burgemeester en wethouders, na een daaraan voorafgaande zienswijze-procedure en verkregen toestemming van de raad van de gemeente waarvan het college wil toetreden, daartoe heeft besloten.
Het algemeen bestuur beslist over de voorwaarden waaronder de toetreding als bedoeld in lid 1 plaats kan vinden. Het toetredende college kan pas besluiten over de toetreding in het geval zij de voorwaarden voor de toetreding schriftelijk heeft aanvaard.
De toetreding komt tot stand nadat twee derde van de colleges, met inachtneming van het bepaalde in artikel 1, tweede en derde lid van de wet, daartoe besluiten.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 4 › Hoofdstuk 5 › Afdeling 2 › Hoofdstuk 6 › Afdeling 3 › Hoofdstuk 9 › Afdeling 2 › Hoofdstuk 10
Artikel 39
Artikel 39
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst regio Utrecht