Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt in ieder geval zodra men ophoudt lid van het college te zijn.
De (plaatsvervangende) leden van het algemeen bestuur kunnen te allen tijde zelf ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter, alsmede de voorzitter van het college dat hen heeft aangewezen, onverwijld schriftelijk op de hoogte.
Een college kan het door hem aangewezen (plaatsvervangend) lid tussentijds ontslag verlenen als het lid niet langer het vertrouwen van dit college geniet.
Indien tussentijds een plaats binnen het algemeen bestuur openvalt, wijst het college dat het aangaat in zijn eerstvolgende vergadering, of indien dit niet mogelijk is, ten spoedigste daarna, een nieuw lid aan.
Het college geeft van elke aanwijzing tot lid of plaatsvervangend lid als bedoeld in lid 5 binnen twee weken schriftelijk kennis aan de voorzitter.
Hoofdstuk 4
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst regio Utrecht